dinsdag 14 april 2009

Rustig aan meneer


De stevig gebouwde verpleegkundige geeft mij een hand die doet terugdenken aan de hand die ik van neef Peter in Ostreelja (Australië dus) kreeg. Mijn neef Peter is tennisprof geweest en na zijn actieve carriere is hij tenniscoach geworden. Zijn tennisrackets kan ik slechts met twee handen optillen en zijn handdrukken zijn berucht in de familie, menig tante breekt een bot of verrekt een spier na de eerste kennismaking met neef Peter. Gelukkig breek ik vandaag geen bot, nog meer ziekenhuisverblijf zou ik mentaal niet aankunnen.

'Doet u rustig aan en vooral niet werken de komende tijd' zegt ze streng en ze laat mijn hand pas los nadat ik 'ja, ja' heb gezegd. Ik vermoed dat deze aanwijzing voortkomt uit de tijd dat mannen hun brood in fabrieken verdienden met fysieke arbeid of met schoven landbouwoogst op de nek over akkers moesten lopen. Ik waag het niet te vragen of het doorlezen, beoordelen en aanpassen van een manuscript onder haar definitie van 'werken' valt. Ik knap er namenlijk altijd enorm van op. Of een blog bijhouden over schrijver worden, is dat werk? Of informeren bij mijn collega's hoe de business gaat? Of een vergaderingetje bijwonen? Waar ligt de grens? Ik denk dat ik die zelf moet stellen, anders wordt ik binnenkort weer verpleegd door een verpleegkundige met kolenschoppen. Brrr.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten