vrijdag 29 oktober 2010

'zo, u kunt nu uw kantoor wel gaan schoonmaken'

Mijn lijstje is weer iets korter geworden, 'De Prooi' over ABN AMRO kan eraf. Mijn lijstje is een verzameling titels van boeken die ik wil lezen. In drukke tijden is het lijstje frustrerend lang, irritante collega's en gezinsleden houden mij van het wegwerken van titels af. In vakantietijden kan ik een mooie hap uit het lijstje nemen, maar leeg is het lijstje nooit. Een leeg lijstje, het gevoel moet zijn als toen ik nog fanatiek rookte en geen sigaretten onder handbereik.

'De Prooi' over ABN AMRO nam een aparte status in op mijn lijstje. Het stond erop, maar ik was al begonnen hem door te strepen. In sommige boeken lees ik tien pagina's, gooi of leg ze weg ('Over de liefde' van Doejska Meijering), streep ze vervolgens van mijn lijstje en neem me voor om nooit meer iets van de schrijver op mijn lijstje te zetten. Andere boeken komen erop op aanraden van een ander (Herman Brusselmans, op aanraden van Viktor Frolke) en na een avond lezen al van mijn lijstje gestreept want uitgelezen en een volgend werk van de schrijver verschijnt op het lijstje. Wat bij Brusselmans overigens tot een probleem leidt, want hij schreef wel verrekes veel.

'De Prooi' had een status aparte wat inhield dat ik er enkele hoofdstukken in las, het weglegde en er weer in verder ging, maar tot de ontdekking kwam dat dat een onmogelijke opgave was. Als je het in etappes wilt lezen heb je een buitenmenselijk geheugen nodig, dus verhuisde het naar de eerstvolgende vakantie om ononderbroken uitgelezen te kunnen worden. Tijdens een aantal vakanties kon het de concurrentiestrijd met andere boeken niet winnen en nu pas heb ik het gelezen. Eindelijk kan het van mijn lijstje.

Ik ben na het lezen tot de conclusie gekomen dat ik in de Raad van Bestuur van een groot concern wil komen. Beetje bedrijfjes kopen, leningkjes van een paar miljard afsluiten, in een privé jet naar Milaan voor een vergadering en dat alles in een sfeer alsof je nog dagelijks aan de bar van het studentencorps hangt. En het betaalt ook nog leuk, dat helpt.

Rijkman Groenink is daarbij mijn voorbeeld. De winnende anecdote uit het boek is volgens mij hoe hij in New York na een vergadering met een Aziatische dame die een fonds vertegenwoordigd dat $ 200 mln in ABN AMRO heeft zitten een stofzuiger ziet staan. RG zegt tegen haar 'Zo, u kunt nu uw kantoor wel gaan schoonmaken'. Dat de dame vervolgens haar aandelen in je bedrijf dumpt mag de pret niet drukken. Wel gelachen namenlijk.Ook leuk is hoe hij tijdens de bezichtiging van het nieuwe, volledig gerenoveerde huis van een ondergeschikte het vermoeden uit dat de gloednieuwe plavuizen 'zeker nog vervangen moeten worden'.

Heerlijk toch? Volkomen terecht dat hij met 25 miljoen bonus naar zijn kasteel aan de Vecht is weggepromoveerd. Dat is de reden dat ik het ook ambieer: eindelijk tijd om mijn lijstje leeg te lezen.

zaterdag 23 oktober 2010

'Je m'appelle Délano'

Het is rustig in de bakkerij in het dorp. Het is rustig op het plein, rustig langs de rivierbedding waar in de zomer dikke rijen toeristen lopen. Oktober in Frankrijk, een trui aan maar geen jas, de dopjes van de eikenboom knallen hard onder je voeten.

De bakkersvrouw herkent me niet. In de zomer ben ik een van de toeristen die staand in een rij croissants en baguettes komt halen, in het voor- en naseizoen ben ik een van de vele étrangers die hier hun centjes in een vakantiehuis hebben geinvesteerd. Het is de eerste keer in al die jaren dat ik haar zie lachen. Kleine bakkerijtjes in Frankrijk hebben het moeilijk. In de grote Carrefours en Champions die aan doorgaande wegen liggen koop je voor minder geld net zulk lekker brood. En je kan er parkeren, handig.

Met mijn kapitalistisch gevormde natuur dacht ik altijd dat haar slechte humeur een gevolg zou zijn van de economische vooruitzichten van haar winkeltje. Het is zaterdagochtend, de winkel is rustiger dan ooit, maar ze is vrolijk. De vitrines zijn leeg, de lokale fransen kopen flûtes en baguettes, croissants en pains chocolats worden in Oktober nauwelijks verkocht. Wat zou er aan het eind van zo'n zaterdag in de kassa zitten? Toch is ze vrolijk, wat mijn theorie bepaald niet bevestigt.

Dan verschijnt de oorzaak van haar vrolijkheid. Een jochie, zijn hoofd steekt net boven de toonbank uit, vraagt me mijn bestelling en helpt me met een enthousiasme dat je zelfs in Amerika waar het winkelpersoneel voor 100% op fooien leeft, niet aantreft. Het gaat langzaam en het wisselgeld wordt verzorgd door zijn moeder die glimt van trots. Ik had het ventje van de zomer ook al eens gezien, maar toen zat hij op een krukje bij de ingang. Zou hij ook bakker worden of zijn geluk in Montpellier of zelfs Parijs gaan beproeven? Als hij advocaat wordt verdient hij 450 stokbroden per uur. Hij lijkt me nog te jong om daar een volwassen visie op te hebben dus vraag ik hem maar naar zijn naam. Niet dat ik iets met deze informatie moet, maar de trotse blik van de moeder als het ventje keurig 'Je m'appelle Délano monsieur' zegt is mijn beloning.

Deze zomer, als ik weer na lang wachten aan de beurt ben zal ik aan haar vragen hoe het met haar zoontje Délano is. Kan ze ook eens 's-zomers lachen. Tenzij het te rustig wordt in de bakkerij en de deuren voorgoed worden gesloten.

donderdag 21 oktober 2010

De geheimen van het leven zijn voor mij voorgoed ontraatseld

Waar ik mijn hele leven al op hoopte is deze week eindelijk gebeurd: het leven kent voor mij geen geheimen meer, dankzij Ben, ik bedoel Dan Hill. Dan Hill leest gezichten en kan de werkelijke emoties van zijn gesprekspartner lezen op basis van gezichtsuitdrukkingen: Facial Coding. Zo hield hij het Amerikaanse publiek via CNN dagelijks op de hoogte van de werkelijke gemoedstoestand van de Amerikaanse presidentskandidaten. Hij noemde Obama - 'no drama Obama' gezien zijn ontspannen houding ten opzichte van kritiek en McCain was 'stiff and fearfull' en aan een enkele opgetrokken wenkbrauw kon Hill zien of de kandidaat verbaasd, teleurgesteld, gefrustreerd of blij was. Ook voor de Nederlandse TV - zie filmpje hieronder - komt hij opmerkelijk snel tot haarscherpe analyses. Handig zo'n vaardigheid, zeker voor iemand als ik die keer op keer de werkelijke bedoelingen van mensen niet doorheeft en dientengevolge als kluizenaar in het leven dreigt te staan.

Ik verdiepte me in zijn boek, interviewde - als bijbaantje - de man zelf en leerde hoe wetenschappelijk onderlegd zijn methode is en ik zag wat moderne bedrijven met zijn adviezen konden bereiken. Fantastisch, de geheimen van het leven zijn voorgoed voor me ontraatseld. Het werkt voor alle rassen en niemand kan zich eraan onttrekken want het brein is niet gesocialiseerd en de spieren in het gezicht zitten direct aan de huid vast.

Voor mijn omgeving zal het wellicht even wennen zijn. Ware bedoelingen komen nu direct uit. Een klant die zegt dat hij enthousiast is maar er een nachtje over wil slapen?
'Lulkoek' roep ik 'je linker ooghoek krult diagonaal richting je wang, dus je liegt'.
Een bakkersvrouw wenst mij 'nog een fijne dag'. Ik lees haar gezicht en zie dat ze me helemaal geen fijne dag wenst omdat ze teleurgesteld is over het 'nee dank u' op haar vraag of 'er anders nog iets was'. En dat ze nu met tien onverkochte roomsoezen blijft zitten en het was toch al een slappe dag. De kassa is leeg en haar man gaat vreemd met het meisje dat altijd achter de croissants staat. Haar kijk ik in het voorbijgaan trouwens ook nog aan en wat zij denkt, dat meld ik maar niet. Dat zo'n meisje daar zin in heeft op klaarlichte dag...

Vrienden, het leven heeft geen geheimen meer!
sitestat

dinsdag 19 oktober 2010

Keuzes, keuzes, keuzes, pffff

De onderlinge concurrentie en het gevecht om de felbegeerde status van alpha mannetje zitten zo diep in onze genen, daar kunnen wij mannen niet vanaf, al zouden we nog zo graag willen. Het wordt niet geaccepteerd om de macho uit te hangen of te pochen over je prestaties. Ik denk dat de moderne man hierdoor sociaal gecastreerd is geworden. Wat zou het lekker voelen als je als rijk zakenman het autoportier van je Jaguar omlaag zou mogen laten glijen om de armoedzaaier naast je in een tien jaar oude Toyota Corolla effe lekker uit te lachen. 'Hé lul, wat rij jij in een kut stukje blik. Kan je niet meer betalen?'

Wat moet het heerlijk zijn om als twintigjarige, twee meter lange sportman een dikke vadsige sukkel in de patatzaak zijn frikadel af te pakken, er een hap vanaf te bijten en hem met een harde klap in de mayonaise terug te kwakken. 'Hé dikzak, je wilt me slaan maar je durft niet he?'

Dat zouden heerlijke momenten zijn, louterend voor de moderne mannengeesten, die door alle sociale conventies geworden zijn tot wat ik nauwelijks anders kan beschrijven als: 'slappe zakken'

Maar moderne mannen hebben daar wat op gevonden. Ze organiseren zich op zondagochtend in fietsgroepjes van tussen de tien en twintig slappe zakken bij elkaar. Dan stappen ze op fietsen en trappen elkaar helemaal de vernieling in, net zolang tot de rangorde bepaald is. Voor die ene week dan, want de volgende zondag zijn ze er weer. U vindt zo'n fietsgroepje bij 't Bluk' op de hei bij Hilversum en verder door heel Nederland. Vindt u ze daar niet, kijk dan eens op voetbalvelden, tennisbanen of hardloopcircuits.

Dit alles bedacht ik mij omdat ik een nieuwe fiets aan het kopen ben. Het liefst ben ik natuurlijk een fietser die op een twintig jaar oud stalen geval iedereen op flinke achterstand rijdt, maar daar heb ik helaas de conditie niet voor. Dus moet ik kiezen uit carbonnen frames, intelligente dempingsachterveren en titanium derailleurs, ontwikkeld met de nieuwste NASA inzichten. Ik wist niet dat ze op de maan ook fietsten. Keuzes, keuzes, keuzes, pfff. Wat wil ik? Het beste materiaal en nog steeds gelost worden? Dat nooit. Of inferieur spul en mindere fietsers bij me weg laten demarreren? Never!

Dan valt mijn oog op een prachtige advertentie. 'Deze fiets heeft een moderne retrovormgeving. U rijdt op een rank model, standvastig in de modder, wendbaar in de bochten en krachtig als u even aan moet zetten om snelheid te maken. De fiets van kampioenen, een zakelijk uiterlijk, een fiets die door kenners met respect bekeken zal worden. Hogere prijsklasse, al zal dat voor een ander altijd gissen blijven'

Ik beloon mijn medeschrijver (sinds een paar dagen doe ik ook betaalde schrijfopdrachten, dus de copywriter die bovenstaand stukje heeft verzonnen is eigenlijk een soort collega) door direct een fiets van zijn principaal te bestellen. Hoera! Ik trek mijn credit card en dat doet even pijn, maar die zal snel verdwijnen. Hoort u a.s. zondagochtend een Tarzanbrul, dan ben ik dat omdat ik als eerste de Soesterberg beklim, enkele zwetende en hijgende Gooische fietsers op ruime achterstand latend.

vrijdag 15 oktober 2010

Nina

Ik lees het boek Nina van Eric Smit. Er zijn in Nederland weinig boeken in dit genre. 'Kortsluiting' over Philips, 'De Prooi' over ABN AMRO, en 'Het drama Ahold' uiteraard over Ahold. Een ander vindt dit een hele oogst, ik zou er nog wel tien lusten.

Het is knap hoe je tijdens het lezen van Nina een indringende karakterschets krijgt over Nina, zonder dat ze ook maar een woord, buiten de rechtszaal om dan, gewisseld heeft met de auteur. De feiten zullen zeker kloppen en die zijn op zich al om te smullen. Je weet gewoon zeker dat een zin als 'You refuse to answer my e-mails, why?' die ze aan een ondergeschikte stuurde die niet snel genoeg een eerder mailtje beantwoordde letterlijk van Nina moet zijn. Smit, ik zag een interview met hem, lijkt me een aardige, vriendelijke journalist die ongetwijfeld een spaarrekeningetje en een pensioenpolisje zal hebben. Hij zal verstandig genoeg zijn geweest om zijn bezittingen veilig te stellen en alle feiten door zes bronnen drie keer te laten controleren, de reputatie van Nina kennende. Een foutje in het boek en ze procedeert hem de voedselbank in - een eerste kort geding bracht hem al bija zo ver - zoveel is duidelijk als je het boek leest en haar eerste reacties hierop kent.

Mooier dan de feiten is het beeld van het karakter van Nina dat naar voren komt. Smulwerk en herkenbaar voor iedereen die in het bedrijfsleven werkt, waar ondemocratische, ongecontroleerde miljonairs nou eenmaal de dienst uitmaken. Dat Nina zo dol is op procederen is voor de schrijver van het boek ook een zegen, veel van zijn werk komt uit rechtbankverslagen. Nina communiceert overigens met andere mensen per definitie op een wijze alsof ze voortdurend dossiers aan het opbouwen is om sterk te staan in rechtszaken. Jaloersmakend goed dit noeste stuk werk van Eric Smit. Chapeau en zo nog een paar complimenten. Het leest vlot, het klopt en de spanning blijft, ondanks de bekende afloop, groot.

Al lezend kreeg ik een idee. Ik wil een slothoofdstuk worden in deze saga. Een extra anecdote voor bij de volgende druk. Daarom hier de ultieme provocatie aan het adres van Nina. Advocaat, schrijft u mee? 'Nina Aka-Brink-Storms-Vleeschouwers is lelijk.'

Zo, dat is eruit, laat de claims maar komen, ik verheug me op mijn moment of fame. Heb ik haar niet genoeg beledigd om gesued te worden? Ok dan, kom ik nog een keer: Nina Aka-Brink-Stroms-Vleeschouwers is foeilelijk, dom, irritant en te laf om mij aan te klagen. Zo dat is eruit, de dagvaarding kan binnenkomen. Binnenkort ben ik failliet en wordt er beslag gelegd op mijn laptop. Kan eindelijk dit blog dicht...

maandag 11 oktober 2010

We liggen vooral goed bij homo's en lesbo's

Uit jalouzie heb ik een grenzeloze bewondering voor kunstenaars. Oprechte kunstenaars zijn mensen die, alsof ze Van Gogh zelf zijn, om materiele bezittingen niet geven en wiens hoogste doel het is om kunst voort te brengen. Ik ben er van overtuigd dat de oprechte kunstenaar het dichtst bij zijn echte emoties staat en zichzelf beter kent dan de niet-kunstenaar, of de onoprechte. De hang om kunstenaar te worden, zoals de mijne, komt voort uit de spanning tussen de dagelijks verplicht te tonen emotie en de werkelijk gevoelde emotie. Mensen willen weer zichzelf zijn, ze gaan schrijven, schilderen of zingen en zij die er echt wat van kunnen en hun emoties ook nog herkenbaar weten over te brengen kunnen er populair en rijk mee worden. Voor de oprechte kunstenaar is geld en roem overigens bijzaak en dat maakt me zo waanzinnig jaloers.

Dit weekend mocht ik een kunstenares ontmoeten en voor iemand zoals ik die steeds meer moeite heeft met de onoprechte emoties van de mensen in zijn omgeving is dat een feestje. De meest herkende emotionele uitingen van deze kunstenares zijn objecten die voortgekomen zijn uit oude gebruiksartikelen en die door haar kunstig en met smaak opgekalefaterd worden (haar eigen woorden) . Ze laat me wat plaatjes zien, een feest voor het oog.

'Dus dit is van porselein?' vraag ik, omdat me geen betere vraag te binnen schiet, wat overigens een hele goede reden is om een vraag te stellen.
'Jazeker' zegt ze 'we liggen vooral goed bij homo's en lesbo's'.
Het verband ontgaat me volledig. Haar objecten lijken op groot uitgevallen fallussymbolen, maar zo simpel kan het toch niet zijn? Houden hetero's daar niet van? Of heeft het te maken met de kleuren?

Weer realiseer ik me hoe onmetelijk diep de wereld van de kunstenaar is en hoe weinig ik er eigenlijk van begrijp, tot ze uitlegt dat veel mensen met kinderen voorzichtig zijn met het aanschaffen van haar spullen omdat ze bang zijn dat het sneuvelt.
'Zo praktisch zijn mensen toch niet?' vraag ik. 'Als je het mooi vindt en je kan het betalen, dan doe je het toch'.
Ik wend me tot mijn partner, die overigens van het andere geslacht is, en ik laat haar de plaatjes zien. 'Schat, wat vind je hiervan?'

'Hmm' zegt ze 'Niet handig. We hebben binnenkort een hond in huis'

donderdag 7 oktober 2010

Hoera, ik ben vanaf vandaag officieel schrijver

'Jij schrijft toch geregeld wat?' wordt mij gevraagd door C., medewerker van het blad SalesExpert, voor wie ik ooit Mark Rutte mocht interviewen.
'Ja, hoezo?' is mijn antwoord. Twintig jaar in het commerciële bedrijfsleven krijg je er niet zomaar uit, ik herken een goed koopsignaal op kilometers afstand.
'Nou, volgende week komt Benny Hill naar Nederland en we willen graag een interview met hem plaatsen. Onze vaste freelancer kan niet' zegt ze.
Benny Hill? Die dikke Engelsman die achter blote meiden aanloopt? Die was toch allang dood? Of is hij tegenwoordig managementgoeroe? Zou kunnen, iedereen die zijn eigen vak verlaat wordt vanzelf goeroe.
'Kun jij?' vraagt C.
'Ja hoor' zeg ik 'ik kan' en al tien minuten later rolt in mijn mailbox een persbericht, een bevestigingsafspraak en, leuk, een bevestiging van een vergoeding. Klein detail, het gaat om Danny Hill, niet Benny. En het tarief? Bij een beetje consultancy club kost het precies zo'n bedrag om de factuur te typen en te verwerken.

Echter, maar, niettegenstaande: Vinkt u even mee: ik moet iets opschrijven (vinkje een), het gaat gepubliceerd worden (vinkje twee) en ik krijg er voor betaald (vinkje drie). Zijn er nog meer criteria die bepalen of je schrijver bent? Nee toch? Mijn bibliografie kan geopend, de eerste, echte, publicatie komt eraan.

met trots,

Michiel Cobben, beroep: schrijver.

p.s. dit blog blijft wel 'schrijver worden' heten. Het gaat pas dicht als er een roman in de winkel ligt en de rijen voor mijn eerste signeersessie tot op straat staan.

dinsdag 5 oktober 2010

Ach ja, dierendag

Ik schenk geen aandacht aan dierendag, want het is bij ons sinds kort elke dag dierendag. Wij hielden al van een dier dat nog geboren moest worden en nu wij al twee keer bij de fokster op bezoek zijn geweest is onze liefde onvoorwaardelijk en alom aanwezig. Geert Wilders zou er van stotteren, zo veel liefde als wij in onszelf ontdekken. En dat allemaal voor een dier.

Een boekbespreking, toch al zelden aan te treffen op dit blog, zult u voorlopig van mij niet krijgen. Eerst las ik 'De puppyfluisteraar' en nu ligt er 'Toepoels - puppylessen' op mijn nachtkastje. Weinig verheffende lectuur waar ik eerst doorheen moet voordat ik me weer aan ander leeswerk mag bezondigen.

Ook geen tirade over Wilders, ook geen stichtend woord tot Maxime Verhagen die op het CDA congres huilend volhield 'van het CDA te houden met heel zijn hart'. Maxime, toe nou, van het CDA? Van een hond kan je houden, niet van een politieke partij. Ik kan er verder weinig over zeggen, want probeer ik iets van de kabinetsformatie of andere actualiteit mee te krijgen om u, volgers van mijn blog, daar een woordje over mee te geven, dan zappen mijn kinderen door naar 'The Dog Wisperer' op National Geographic Channel. Een man die op een hond lijkt legt aan onzekere, vaak eenzame mensen uit, hoe je een hond moet behandelen. 'You got to feel the boss, to be the boss' vertelt hij elke aflevering. Hij doet me erg denken aan een management trainer, zo een die in een Van der Valk zaaltje boven de zure koffie uit probeert te schreeuwen.

Nee, het zijn slechte tijden voor u, volgers van dit blog. Noch de actualiteit, noch de literatuur bereikt mij deze dagen, het is hond voor en hond na. Misschien moet ik morgen een 1000-tal woorden wijden aan de hond die binnenkort in huis komt. Dan ben ik het maar kwijt en is er weer ruimte voor andere gedachten. Of anders haal ik Jacques Rudolph weer van stal, dat kan natuurlijk altijd nog. Het schijnt dat die dierenbeul aan de Gemenebest spelen meedoet nu. Ik hoop dat hij gebeten wordt door een olifant.

Een ongeinspireerd blogger groet u van harte, woef woef!