vrijdag 19 augustus 2011

Ik draai rondjes om die hele Gesink

'Ja, goedendag mevrouw van de Rabobank. Wilt u mij zonder vertraging doorverbinden met De Breuk?'
'...'
'De Breuk, mevrouw, is één van de belangrijkste figuren binnen uw onderneming, zo niet de belangrijkste. Ooit werd hij vijfde in de Tour en tegenwoordig is hij ploegleider van uw pro-tour wielrenteam. Kijkt u maar even in uw telefoonklappertje onder Erik Breukink. Staat hij daar niet, kijk dan bij de H van Held, of de G van Grootheid'
'....'
Dat kan ik eigenlijk alleen aan hem vertellen, maar vooruit, ik gun u ook uw plekje in de geschiedenis van de Vaderlandse wielersport. Ik heb een groot talent voor de ploeg ontdekt: Mezelf. Zie u, zes jaar geleden reed ik voor de eerste maal de ATB route Neulous, Laroque, La Vallee Heureuse. Dat was geen succes, al wil ik er wel bijzeggen dat ik op een fiets van 150 Euro, aangeschaft bij de firma Auchan reed. Ik kwam meer dood dan levend terug. Maar gisteren, mevrouw, gisteren danste ik als een jonge god over de keien en zwierde ik met een bloedgang over de rotsblokken. Een kleine 30 kilometers, 1100 hoogtemetertjes en geen asfalt ertussen he, geen meter! Ok, ik moest een beetje zweten, 's-avonds was ik iets stiller dan anders, maar ik ben een ultratalent, nog vijf jaar zo doortrainen en ik draai rondjes om die hele Gesink. Dus verbind me door met De Breuk, zeg maar dat er een potentiële toerwinnaar ...'
'....'
'Het lijkt me juist bij uitstek een taak voor de helpdesk. Jullie zijn er toch om te helpen? Zal ik mijn hartslagschema van de track even mailen? Wat is uw ...?'
'...'
'Hallo? Hallo?'

woensdag 17 augustus 2011

Eindelijk: vakantiegevoel

Het duurde even, maar daar was het dan: het onvervalste vakantiegevoel. Want wat Internet, de Europeese Unie en Google ons ook brengen, ook tegenwoordig, meestal onverwacht, kan je ook zonder moderne vindingen plots een ouderwets, nostalgisch, waarachtig vakantiegevoel krijgen. Vanmiddag was ik eindelijk aan de beurt en mocht ik me laven in deze heerlijke, oprechte emotie.
Toen wij vroeger na een autorit van drie dagen - stoned van de Fruittella's - in Zuid Frankrijk aankwamen was de structuur van de bekleding van de autostoelen nog dagenlang zichtbaar op onze doorzwete ruggen. De Menukaarten waren er in het Frans en we kozen willekeurig een gerecht. De kaas, yoghurt en de broodjes en eigenlijk alles smaakte anders. Na een paar weken was je terug en kocht je een krant om te weten wat er in de rest van de wereld was gebeurd. Op het grote bedankbord in de vertrekhal van het treinstation in Engelberg, Zwitserland stond in alle Europeese talen 'Merci, Au Revoir'. In het Nederlands stond er 'Bedankt en Tot Zjens'. Zelfs een foutloze vertaling was ons niet gegund in den vreemde.

Das war einmal. In de Franse afhaalbalie van de camping zag ik een Engelsman de namen van de gerechten op de Franse Menukaart in zijn I-Phone toetsen. Overbodig, want de menukaart was in zeven talen foutloos op de muur geschilderd. Waarschijnlijk wilde hij indruk maken, maar ook dat mislukte, die App kende ik allang.

Maar dan, een poster aan de muur, met een aankondiging voor de animatie van de avond. Niet zomaar een poster, een joekel van enkele vierkante meters. Met daarop een vertaling die mij deed terugdenken aan de tijden van weleer en het vakantiegevoel ouderwets liet opvlammen. Hier was een Franse postermaker aan te pas gekomen, die over een slechte lijn met een verre kennis in Nederland had gebeld voor een vertaling. En hij heeft het in Giga letters opgekalkt. 'Merci et Au Revoir' zeg ik tot hem, oftewel - 'Bedankt en tot zjens.'

Dit staat er in het Nederlands. Wat was de originele Franse zin die hier is vertaald?
Geef je antwoord onder 'reacties' en ik neem een lekkere fles Banyuls voor de eerste goede inzender mee!!



vrijdag 12 augustus 2011

Café des Artistes

Als ik ooit een café begin - ik denk er niet aan, maar fantaseer er wel over - dan noem ik het Café des Artistes. De meeste dorpscafés, zeker die in Frankrijk, draaien op oude mannetjes die er hun pensioen omzetten in Pastiche. Ik gun het ze van harte, bovendien zou Frankrijk niet half zo schilderachtig zijn als er niet in elk dorp een café is waar de oude mannetjes Pastiche drinken.

Maar dat is niet het soort café dat ik wil exploiteren, mijn inspiratie komt van Café des Artistes in Laroque des Alberes, dat ondanks zijn imposante naam een heel gewoon dorp is, bekend van zijn, ja van wat eigenlijk. Laten we het er maar op houden dat het bekend is vanwege zijn typische Catalaanse dorpskern, die inderdaad typischer is dan menig andere dorpskern hier in Frans Catalonië.

Ik ben er al vele malen langsgefietst, onderweg om mijzelf en mijn longen te testen op de flanken van de Alberes. Ik ben er nog nooit binnen geweest, maar het moet er fantastisch zijn. Chansonnières en troubadours die er voor de muziek zorgen, een onontdekte Picasso of Dali die er een tekening maakt om zijn rekening mee te betalen, een schrijver in de hoek die het bekijkt ter inspiratie.

Het nadeel van dit Café des Artistes, althans voor mij, is dat het op 3 kilometer van het startpunt van mijn fietsroute ligt en ik dus geen enkel geldig excuus heb om er binnen te lopen. Zo snel na het starten van een trainingstocht heb je nog geen behoefte aan revitalisering.

Maar vandaag laat ik me sturen door de gedachte dat een rol als uitbater van een klein Frans café mij eigenlijk op het lijf is geschreven en ga ik er toch naar binnen, als voorbereiding op mijn toekomstige nering. Buiten giet ik mijn bidon leeg en ik loop naar binnen met de vraag om siroop en water. Ik verheug me op het artistieke gezelschap en zet me schrap voor de confrontatie met een etablissement vol talent.

Binnen kijkt een ober met een buik als een bowlingbal me aan. Hij slaat met zijn vaatdoek een paar vliegen van de bar en vult mijn bidon. Ondertussen kijk ik om me heen. Het Café des Artistes is leeg. Of toch niet, op het terras in de schaduw van een grote Lindeboom zitten twee oude mannetjes. Ze lengen hun glas Pastiche met water. Eentje steekt een sigaret op en rochelt wat slijm op. Ik ben geen dokter, maar als ik hem zo hoor denk ik dat hij niet lang meer heeft.

donderdag 11 augustus 2011

Bonjour,

Bonjour, ik noem mezelf Toby. Ik denk niet dat u mij kent, ik weet eigenlijk vrij zeker dat u mij niet kent, er zijn niet zo heel veel mensen die mij kennen. Iemand die mij kent is de vrouw bij wie ik woon. Door mijn kale staart en de plekken achter mijn oren aait ze mij nooit, maar ze weet wie ik ben. De man met de dikke buik weet ook wie ik ben. Als het donker wordt en hij zijn glazen Banyuls op heeft en ik om mijn vriendjes roep hier in de vallei, dan schopt hij me. Liever word ik geaaid, maar ik ben niet een hond die geaaid wordt, ik word geschopt. De man en de vrouw hebben een kind, zij kent mij ook, maar als ze mij wil aaien, roept de vrouw 'Non!' en dan moet ik we weer krabben of langs het hek schuren. Verder kent niemand mij.

Er loopt een zwarte Barbet achter het hek. Ook zij kent me nu, want ik heb al een aantal keren tegen het hek geplast. Ze ruikt eraan en ze kwispelt. Het hek staat open, ik ruik aan haar en ze is er klaar voor. Ze kent me en ze wil me. De kinderen die achter het hek wonen trekken aan een lijn die ze om haar nek hebben gebonden. Ze is mooi, zachte zwarte krullen, natte neus en ze ruikt naar, ze ruikt naar, ze ruikt naar.... Ik weet het niet, ik ben Toby, bijna niemand kent mij, verwacht van mij geen poëzie. Maar ik ruik haar en ik wil haar en ze wil mij, ik grom naar de kinderen en ik blaf, nog even en iedereen in de vallei zal het over mij hebben. Toby? Dat is die blonde die het met die stadse Barbet uit Parijs of Amsterdam gedaan heeft. Die held, wie kent hem niet? Zie hem daar liggen in de zon. Denk niet dat hij te lelijk is, of niet snel genoeg, hij heeft vriendinnetjes in heel Europa en als hij de juiste geur ruikt, kan hij het en doet hij het.

Auw! De man schopt me en haalt mij weg. Hij schopt me, hoewel hij nog niets heeft gedronken. 'Excusez' zegt hij tegen de kinderen, maar waarom? Ben ik te lelijk voor een Barbet? Waarom mag hij wel en ik niet? Of dacht hij dat ik blind was? Als hij vanavond ligt te slapen, bijt ik hem in zijn pik, kijken of hij dan nog zo lacht zoals hij nu doet. Tot die tijd blijf ik in de buurt van het hek, ik wil haar en zij wil mij en ik wacht net zo lang tot ze weer naar buiten komt. Ik noem mezelf Toby en uiteindelijk zullen ze weten wie ik ben.

dinsdag 26 juli 2011

dat lijkt maar zo.

Dit was dus een moment waarop ik het goed kon gebruiken. Vrouw weg, zoon weg en ik ben met  puberdochter en haar jongere zusje op stap. Hun ideale dagprogramma begint en eindigt met het kijken naar schermpjes op TV, laptop of i-pod. Ik wist niks beters te verzinnen dan een fietstocht met pannekoek. Ik won, dankzij mijn onovertroffen overtuigingskracht.
'Pap, ik verveel me' zegt de een. We zijn, na een voor mijn doen veel te korte fietstocht, net gaan zitten en moeten nog bestellen. De ander staart naar buiten.
'Laten we gezellig wat kletsen' stel ik voor.
'Hebben we al gedaan' krijg ik te horen.

In pannekoekenrestaurants zijn de serveersters altijd studentes die tot diep in de nacht stappen en 's-ochtends met hese stem bestellingen opnemen. Ze nadert ons beregezellige tafeltje, neemt het af en kijkt me aan. 'Met zo een zou ik het niet kunnen', denkt ze, denk ik. En dat is dan weer zo'n moment waarop ik het prima kan gebruiken. Een t-shirt met de tekst: 'Ik ben niet saai, dat lijkt maar zo.'

maandag 25 juli 2011

Zo mag je natuurlijk niet denken.

Voor wie mij nog niet kent, ik ben een middelmatige zakenman, een aardige huisman, een onontdekte schrijfman en meestal ook een redelijk tevreden man, maar zekers te weten geen terroristenman. Maar die gekke Noor die zei dat misschien ook wel allemaal over zichzelf en op zijn facebook foto (zie boven) valt alleen dat vreemde sikje op. Zijn mede-Noren vonden hem hooguit zonderling en ietwat schuw in het menselijk contact. Dat geldt ook wel voor mij en voor meer mensen die ik ken. Voor jou misschien?

Toch heb ik nog nooit op het punt gestaan om mijn mitrailleur te pakken (die heb ik overigens niet) en mensen die mijn politieke kleur niet hebben één voor één neer te knallen. En ik hou van mijn auto, mijn ouwe trouwe Volvo met gebarste buitenspiegel, de vlek van onze kotsende hond is er nooit helemaal uit verdwenen en er ligt nog een zakje drop voor noodgevallen onder de stoel van de bijrijder. No Way dat ik mijn vier wielen prijsgeef door er een bom in te plaatsen om die voor het gebouw van mijn vijand af te steken.

Wat ik wel doe - en ik weet niet of het strafbaar is, vandaar dat ik het pas in deze laatste alinea schrijf - is fantaseren. Als ik terrorist zou zijn, dan wilde ik natuurlijk wel een hele goede zijn. Waarom een bom in een verlaten kantoordistrict? Waarom schieten in een omgeving waar mensen weg kunnen zwemmen of zich kunnen verstoppen achter bomen? Zo mag je natuurlijk niet denken, maar ik weet bijna zeker dat iedereen fantaseert over wat er een maximale impact zou hebben. Een bommetje tijdens een etappe van de Tour levert ongeëvenaarde beelden en publiciteit, een mitrailleur in een voetbastadion heel veel slachtoffers. En wat zou je met een kerncentralle allemaal kunnen? Brrr, ik zei toch dat je zo niet mag denken. Kap ermee !!

vrijdag 22 juli 2011

Vlekje


Er zit een klein zwart vlekje onder de nagel van mijn linkerringvinger. Hoe klein? Het vlekje is zo klein dat je het pas ziet als je, zoals ik, met de punt van de passer van een van je kinderen je nagels aan het schoonmaken bent. Mogelijk had je er ook achter kunnen komen als je je handen op een lichtbak legt en je nagels gaat inspecteren. Maar ik was niet aan het spelen met een lichtbak, maar met een passer. Die lichtbak haal ik erbij om aan te geven hoe klein het zwarte vlekje is.

Met de punt van de passer wil ik het zwarte vlekje weghalen. Dat valt niet mee, want het zit onder mijn nagel tegen het vel aan. Had het midden onder de nagel gezeten, dan had ik gewoon de nagel kunnen knippen om van het vlekje af te zijn. Of met de passer het vlekje naar voren bewegen en als het bij de rand van de nagel was aangekomen erafgeveegd hebben. Maar dat zijn dus geen opties, het zit tegen het vel.

Met de punt van mijn tong tussen mijn tanden wroet ik met de passerpunt tegen het vlekje, maar het geeft niet mee. En dan zie ik bloed. Niet een beetje, nee, dikke druppel na dikke druppel stroomt uit mijn vinger. Ik moet wel tien minuten mijn vinger onder de kraan houden om het te stelpen. Het doet pijn en ik baal, geef ik gerust toe. Ik inspecteer mijn vinger en het vlekje zit er nog. Alsof er niets is gebeurd, wat een arrogantie.

Het is een vlekje van vuil, concludeer ik en ik houd mijn vinger gedurende tien minuten in de wastafel waar ik eerst een halve shampoofles in heb leeggegooid en vervolgens de hete kraan op heb gezet. Mijn vlekje sopt en sopt en na enkele minuten haal ik mijn vinger uit het sop. Het bloeden is in alle hevigheid hervat en ik stelp en spoel weer onder de koude kraan, zonder te spieken of het vlekje er nog zit. Pas als ik de kraan heb uitgezet inspecteer ik mijn vinger. Het vlekje zit er nog.

Ik loop naar de schuur en haal alles overhoop.
'Wat zoek je?' vraagt mijn dochter.
'Een bijl' antwoord ik.

dinsdag 19 juli 2011

Roeffuik

Haar hand leunde op het plankje bij de mast, hoewel het wel geen plankje zal heten. Het zal wel een stoere naam hebben, een naam die alleen zeilers wat zegt. Roeffuik ofzo. Haar hand leunde op de roeffuik. Ze heeft in haar leven drie keer gezeild, alle drie de keren in een klein bootje op een klein plasje. Nu zat ze voor het eerst op een boot waar meer dan vier mensen tegelijk in konden zitten, ze leunde op de roeffuik met een routine om jaloers op te worden, nog aangemeerd aan de steiger maar klaar om weg te varen op een waterplas waarvan je de overkant maar met moeite kon zien. De zeilen gereefd, de stoere schipper in een felgeel zeilpak. En haar hand op de roeffuik. Wij zijn oude mensen die op de kant naar haar zwaaien. Waarom we nu nog niet de hond en haar kinderachtige zusje in de auto zetten en opdonderen weet ze niet, maar het moet nu wel snel gebeuren.

‘joehoe’ roept mijn vrouw en terwijl iedereen in haar boot naar ons kijkt neemt ze een foto. Ik zal het voor haar opnemen en dadelijk in de auto tegen mijn vrouw zeggen dat dat een aktie was die echt niet kon. Dat ze twaalf jaar is, eigenlijk bijna dertien en dat dat soort dingen gevoelig liggen. Maar dan, een andere boot komt aanvaren en gaat met veel lawaai overstag, iedereen kijkt. Behalve zij, ze laat haar roeffuik los en zwaait naar ons. Heel even maar, niemand ziet het, behalve wij.

‘Kom jongens, we gaan’ zeg ik en we rijden naar huis. Een half uur is het stil en dan zeg ik ‘volgens mij krijgt ze een superleuke week’.

dinsdag 12 juli 2011

Zijn grootje eraan geven

'Kijk meneer, dit kleine relais' zegt de CV onderhoudsman, nadat ik hem binnen heb gelaten en koffie voor hem heb gezet. 'Hij doet het nog wel, maar ik zeg vervangen. Het is tientjeswerk, maar kan veel ellende voorkomen'
'Prima. vervang maar' draag ik hem op en ik wil weer naar boven om verkoopminnend Nederland van nieuwe diensten te voorzien. De wereld wacht niet. Althans, niet op mij.
'Kijk' gaat hij verder 'stof en vocht. Dat kan zo’n klein relais best hebben, maar niet al te lang. Als hij ermee ophoudt is dat meestal op een verkeerd moment. Als hij er zijn grootje aangeeft, krijg je van zijn langzalzeleven die ketel niet meer aan. En ik heb ze ook wel eens op kerstavond vervangen, die dingen. Komt altijd verkeerd uit.
Ik noteer de uitdrukking zijn grootje eraan geven in mijn geheugen en zeg: ‘Nou dan, vervangen dus he?’
‘Kijk’ gaat hij weer verder, al weet ik niet waar ik precies moet kijken. ‘U heeft een Nefit, heel goed merk CV ketel, daar zallen ze mij nooit never over horen, maar die relaistjes, die zijn op een gegeven moment op. En dat heb nog niet eens niks met die ketel te maken, die hangt gewoon en dat is een hele mooie ketel. Wij verkopen ze en mijn vorige baas, die verkocht ze ook. En die relaistjes, gewoon af en toe controleren en dan vervangen. Kan Nefit ook niks aan doen.
‘Nee, duidelijk. Vervangen die hap’. Ik begin een beetje applausmoe te worden.
‘Kijk’ zegt hij wederom. Als hij nou in de winter, huisje vol, tvtje aan, gezellige avond en die ketel die schijt er in enen uit, dan zegt u ook, Ron, want zo heet ik, Ron, had je dan niet dat relais van de zomer kennen vervangen. Want als die relaistjes het niet meer doen,’
‘dan schijt de hele ketel eruit’ vul ik aan.
De schroevendraaier van Ron stopt even met draaien en hij kijkt mij aan. ‘Zit u ook in de CV ketelarij?’ vraagt hij.
‘Nee’ zeg ik, ‘maar ik dacht het gewoon’
‘Nou, dat is dan goed gedacht’ zegt Ron terwijl hij doorgaat met het losmaken van mijn relais, of er juist een nieuwe aan het inschroeven is, wie zal het zeggen.
‘Ik vind altijd, als je een beetje twijfelt bij het relais, dan moet je vervangen. Want het is tientjeswerk, maar stel nou, u bent nog niet eens thuis en het vriest bijvoorbeeld tien graden of bijvoorbeeld twaalf graden en het relais doet het niet. Dan kan de ketel niet aanslaan en als u dan niet thuis ben, dan kennen gewoon de leidingen wel kapotvriezen, en dan lullen we niet meer over tientjeswerk. Dat kost wel effe wat duurder dan een relaistje, dat snap u ook wel.
‘Nee’ zeg ik. ‘dat snap ik niet, hoe zit dat dan met die relais-tjes?