In tijden van nood richt je je tot je vrienden. Ook Job ging te rade bij zijn vrienden, nadat zijn vrouw, kinderen, landgoederen en andere rijkdommen door toedoen van God verdwenen waren. Niet dat ze hem echt hielpen overigens, of vind je 'ga na welke zonden je begaan hebt waarvoor de heer je nu straft?' een prettig advies voor iemand die eenzaam en failliet op een vuilnisbelt woont? Ik niet.
Ik zit in nood en dus wend ik me tot mijn vrienden. In deze 'web-twee-punt-nul-tijd' heb je, dankzij Facebook en LinkedIn altijd alle informatie over je vrienden gewoon bij je op je I-phone. Ik blijk een vriend te hebben die, te oordelen naar zijn prachtige CV, precies de man is die ik zoek. Hij studeerde Bedrijfskunde en doceert nu zelf, part-time, Business Development Practices aan een managementschool. In de andere part van zijn time is hij consultant op het gebied van ontwikkeling en integratie van e-commerce ventures. Hij is Key Note Speaker op een conferentie geweest, alwaar hij een voordracht hield over 'best practices in webbased proposition building'. Dit is mijn man en ik bel hem op.
'Jo gast' open ik 'Hoe gaan de zaken?'
'Goed' zegt hij 'ik ben bezig met een buitenlandse investeerder die de Europeese markt wil verkennen en mij de eerste stappen laat zetten. Kom net van Heathrow, morgen naar Hamburg, vrijdag de States, volgende week Peking. Machtig mooi.'.
'Dan ben jij precies de zakenman die ik op dit moment nodig heb' zeg ik. Dat de States en Peking niet in Europa liggen vertel ik hem niet. Ik wil zijn declaraties niet ter discussie stellen, zeker niet nu ik hem hard nodig heb.
'Ik heb een urgent probleem aan de afzetkant' leg ik uit. 'Lullig, maar ik zit er privé wel vet in'
'Hmm' zegt hij. 'Is je probleem Bisdev, Marketing of Sales?'
'Alledrie' antwoord ik hem, hoewel ik geen idee heb waar hij het over heeft. Maar dat hebben geen van zijn klanten, zo heeft hij me wel eens toevertrouwd in een zwak moment.
'Lunch volgende week, zeg woensdag, Jantje Tabak?' nodigt hij me uit.
'Volgende week fucking woensdag!' repleer ik. 'Man, dat is veel te laat. De wedstrijd is zaterdag al.
'Wedstrijd?' vraagt hij. 'Wat voor wedstrijd?'
'AJAX tegen Willem II' roep ik door de hoorn. 'Ze hebben de wedstrijd verplaatst en nu zijn mijn kaartjes waardeloos, want ik kan niet. Iemand moet die kaartjes van me overnemen. Help me alsjeblieft.' Hoort hij de paniek in mijn stem?
'Jo, gast' roept mijn vriend. 'Neem een ander in de paling!' en hij hangt op.
Wel verdomme. Ik was nog wel eerstelijns connectie met hem op LinkedIn. Ik begrijp nu Job beter. Waar is de vuilnisbelt?
Op deze site schrijf ik over mijn persoonlijke belevenissen op weg naar mijn ultieme droom: een Roman uitbrengen. Je helpt me door te reageren en feedback te geven! --- Michiel Cobben ---
dinsdag 7 september 2010
maandag 6 september 2010
Ajax, immers.
Beste heren en dames van Ajax,
Ik heb tickets gekocht voor AJAX-Willem II voor a.s. zondagmiddag. Nadat ik mijn tickets kocht en afrekende, hebben jullie zonder met mij te overleggen, de wedstrijd verzet naar zaterdagavond. Dan kan ik niet. Ik investeerde in drie kaartjes a 56 Euro per stuk, is 168 euro. Ik kan niet beter voetballen dan Suarez, maar wel beter rekenen dan jullie penningmeester. Omdat ik zaterdagavond niet kan, zullen jullie het zonder mijn aanmoedigingen, zonder de aanmoedigingen van mijn fanatieke zoon en zonder de aanmoedigingen van onze nog fanatiekere buurjongen moeten stellen. Desondanks heb ik er wel vertrouwen in dat het goed komt tegen Willem II.
Ter zake. De reden van deze mail is dat ik tot mijn grote verbazing op jullie website lees dat ik mijn geld kwijt ben. ‘Wedstrijden worden immers altijd onder voorbehoud vastgesteld’ staat er. U zult wel gelijk hebben, maar ik vind dat u van een argeloze voetbalsupporter niet kunt verlangen dat die de kleine lettertjes op uw website allemaal gaat lezen. Het is al moeilijk genoeg om het spel te volgen.
Ik ga tegen u geen zaak beginnen, hoewel ik vermoed dat ik sterk zou staan in de rechtszaal. Ik meen dat u het zelf ook een belachelijk standpunt vindt en dat maak ik op uit het woordje ‘immers’ dat uw afdeling voorlichting in bovenstaande zin heeft opgenomen. Stel dat het inderdaad doodgewoon is dat je dan je geld kwijt bent, dan zou dat woordje ‘immers’ ook niet nodig zijn geweest. Dan had er gewoon gestaan: ‘wedstrijden worden onder voorbehoud vastgesteld’. Het toevoegen van ‘immers’ suggereert een eerdere tegenwerping.
’Ik krijg toch wel mijn geld terug?’.
‘Nee, wedstrijden worden immers altijd onder voorbehoud vastgesteld’
Degene die het woordje ‘immers’ heeft toegevoegd aan de zin, wist drommels goed dat er protesten zouden komen. Dus heeft hij of zij het woordje ‘immers’ in de zin geperst omdat hij heel goed snapt dat het argument weliswaar juridisch klopt, maar het feitelijk een nare streek is.
Graag een reactie, wilt u alvast mijn rekeningnummer?
Ik heb tickets gekocht voor AJAX-Willem II voor a.s. zondagmiddag. Nadat ik mijn tickets kocht en afrekende, hebben jullie zonder met mij te overleggen, de wedstrijd verzet naar zaterdagavond. Dan kan ik niet. Ik investeerde in drie kaartjes a 56 Euro per stuk, is 168 euro. Ik kan niet beter voetballen dan Suarez, maar wel beter rekenen dan jullie penningmeester. Omdat ik zaterdagavond niet kan, zullen jullie het zonder mijn aanmoedigingen, zonder de aanmoedigingen van mijn fanatieke zoon en zonder de aanmoedigingen van onze nog fanatiekere buurjongen moeten stellen. Desondanks heb ik er wel vertrouwen in dat het goed komt tegen Willem II.
Ter zake. De reden van deze mail is dat ik tot mijn grote verbazing op jullie website lees dat ik mijn geld kwijt ben. ‘Wedstrijden worden immers altijd onder voorbehoud vastgesteld’ staat er. U zult wel gelijk hebben, maar ik vind dat u van een argeloze voetbalsupporter niet kunt verlangen dat die de kleine lettertjes op uw website allemaal gaat lezen. Het is al moeilijk genoeg om het spel te volgen.
Ik ga tegen u geen zaak beginnen, hoewel ik vermoed dat ik sterk zou staan in de rechtszaal. Ik meen dat u het zelf ook een belachelijk standpunt vindt en dat maak ik op uit het woordje ‘immers’ dat uw afdeling voorlichting in bovenstaande zin heeft opgenomen. Stel dat het inderdaad doodgewoon is dat je dan je geld kwijt bent, dan zou dat woordje ‘immers’ ook niet nodig zijn geweest. Dan had er gewoon gestaan: ‘wedstrijden worden onder voorbehoud vastgesteld’. Het toevoegen van ‘immers’ suggereert een eerdere tegenwerping.
’Ik krijg toch wel mijn geld terug?’.
‘Nee, wedstrijden worden immers altijd onder voorbehoud vastgesteld’
Degene die het woordje ‘immers’ heeft toegevoegd aan de zin, wist drommels goed dat er protesten zouden komen. Dus heeft hij of zij het woordje ‘immers’ in de zin geperst omdat hij heel goed snapt dat het argument weliswaar juridisch klopt, maar het feitelijk een nare streek is.
Graag een reactie, wilt u alvast mijn rekeningnummer?
zondag 5 september 2010
TEAB: Ajax - Willem II - voorste vak - voorste rij.
Bijna ben ik een warme voetbalherrinering rijker, ik heb kaartjes voor Ajax-Willem II in mijn bezit, zondagmiddag 12 september. Met een beetje mazzel wordt dit een doelpuntenfestijn. Maar nee, Ajax heeft de wedstrijd verzet naar zaterdag 11 september, de dag dat mijn moeder, de dochter van de man die me voor het eerst mee naar een wedstrijd nam, al haar kinderen heeft uitgenodigd voor een BBQ. Ik overweeg om me af te melden, maar die gedachte verlaat ik snel. Ik zal de wedstrijd niet zien.
Dit is voor u, lezer van dit blog, een buitenkans. Ik heb drie kaartjes over voor Ajax-Willem II, voorste vak, voorste rij. Ik betaalde er 56 Euro per stuk voor. In de kleine lettertjes staat dat Ajax geen geld terug hoeft te geven. Dit blog is een blog zonder winstoogmerk, maar ook zonder verliesoogmerk, dat mag duidelijk zijn. T.e.a.b. kunnen u en de uwen een mooie voetbalherrinering krijgen.
donderdag 2 september 2010
Soms ben je blij als je niks terug hoeft te zeggen
'Meneer Cobben, komt u binnen, hoe is het met de familie en hoe staat het met de tanden?'
Mijn tandarts, hedenochtend. Komt goed uit, ik sta dezer dagen in de luisterstand. Genoeg gekletst de laatste tijd.
'Ik ga nu een kapje over je tand zetten, waardoor ik schoner kan werken en waardoor de toch al beperkte communicatiemogelijkheden die we met elkaar hadden volledig zijn verdwenen' zo vertrouwde hij me ooit toe, vlak voordat hij met een wortelkanaalbehandeling begon.
De beperkte communicatiemiddelen beletten hem niet elke behandeling opnieuw er vrolijk op los te babbelen. Dat ik nergens anders naar kan luisteren en niets terug kan zeggen hindert hem niet. Hij is het zo gewend, hij weet niet beter. Zo ook deze morgen.
'Zet maar op marktplaats' zegt hij tegen zijn assistente die meedeelt dat er na de woensdagmiddag weer een kinderjasje aan de kapstok is overgebleven.
'In deze barre tijden weet je als tandarts niet waar je je inkomen vandaan moet halen. Binnenkort zet ik mijn kinderen op marktplaats, dat is twee vliegen in een klap, minder kosten en de verkoopopbrengst.'
Ik wil hem van repliek dienen, maar dat lijkt me vreemd. Stel dat ik de behandeling onderbreek, alle haakjes en beugeltjes uit mijn mond laat halen om dan te zeggen:
'daar krijg je spijt van, met de pensioenproblematiek voor de deur heb je ze straks nog hard nodig'.
Dus ik mummel wat en mummel nog wat, tot ik met een nieuwe vulling in mijn kies weer buiten sta. En de tandarts babbelt alweer rustig verder met de volgende patient. En ik kan weer door met luisteren.
dinsdag 31 augustus 2010
'Een succesvolle visie is een construct waarmee de werkelijkheid voldoende is gesimplificeerd om haar te begrijpen'
Onder mannetjes uit het bedrijfsleven die puur geld verdienen om het geld verdienen te saai vinden en daar, in tegenstelling tot mensen die wat dichter bij hun gevoel staan, pas op latere leeftijd achterkomen wordt tegenwoordig de wet van de entropie erg interessant gevonden. Ik wil u geen huiswerk meegeven, maar eigenlijk zou u dit artikel eens moeten lezen. U hoeft het niet te begrijpen, dat doe ik ook niet echt, maar u mag u wel verbazen om de hoogdravende, quasi-wetenschappelijke, new-age achtige terminologie. Heerlijk om te lezen en zit u zelf in het bedrijfsleven en wilt u zichzelf een wetenschappelijk toontje aanmeten, neem dan enkele begrippen over. Zeg bijvoorbeeld tijdens een vergadering:
'Een succesvolle visie is een construct waarmee de werkelijkheid voldoende is gesimplificeerd om haar te begrijpen'. Deze zin, dat kan niet anders, komt uit de koker van een hooggeleerde dichter, jammer dat ik hem niet zelf geconstrueerd heb.
De kans dat u na deze vergadering bij de directeur geroepen wordt en u een aanzienlijke promotie wordt aangeboden is reeel. Het tegenwoordige Nederlandse bedrijfsleven is afhankelijk van grootheden die het zelf niet in de hand heeft, de ene wereldwijde crisis na de andere laat ons landje meedeinen en geen hond die het begrijpt. Hoewel ik laatst een hond tegenkwam waarvan ik vermoed dat zij een generatie honden gaat baren die zomaar slimmer zouden kunnen blijken dan hun bazen (zie foto). Vermoedelijk in latere blogs meer hierover.
Ter zake. Vandaag geen campingles, maar gewoon een aloude, beproefde tip om u staande te houden in deze barre tijden. Leer tien dooddoeners uit uw hoofd, zet ze stuk voor stuk op een tegeltje en deel ze zo vaak en zo veel mogelijk met iedereen die behoefte heeft aan een succesvolle visie. U zegt dat u niet kan bluffen? Dat hoeft ook niet, u moet de werkelijkheid simplificeren zodat hij begrepen wordt, dat is heel wat anders. Lukt u dat niet, dan werkt u niet, of niet lang meer, in een commercieel bedrijf.
'Een succesvolle visie is een construct waarmee de werkelijkheid voldoende is gesimplificeerd om haar te begrijpen'. Deze zin, dat kan niet anders, komt uit de koker van een hooggeleerde dichter, jammer dat ik hem niet zelf geconstrueerd heb.
De kans dat u na deze vergadering bij de directeur geroepen wordt en u een aanzienlijke promotie wordt aangeboden is reeel. Het tegenwoordige Nederlandse bedrijfsleven is afhankelijk van grootheden die het zelf niet in de hand heeft, de ene wereldwijde crisis na de andere laat ons landje meedeinen en geen hond die het begrijpt. Hoewel ik laatst een hond tegenkwam waarvan ik vermoed dat zij een generatie honden gaat baren die zomaar slimmer zouden kunnen blijken dan hun bazen (zie foto). Vermoedelijk in latere blogs meer hierover.
Ter zake. Vandaag geen campingles, maar gewoon een aloude, beproefde tip om u staande te houden in deze barre tijden. Leer tien dooddoeners uit uw hoofd, zet ze stuk voor stuk op een tegeltje en deel ze zo vaak en zo veel mogelijk met iedereen die behoefte heeft aan een succesvolle visie. U zegt dat u niet kan bluffen? Dat hoeft ook niet, u moet de werkelijkheid simplificeren zodat hij begrepen wordt, dat is heel wat anders. Lukt u dat niet, dan werkt u niet, of niet lang meer, in een commercieel bedrijf.
maandag 30 augustus 2010
Leren van de camping - 5
Neem ik ook iets mee van al die campinglessen?
Jazeker, zo leerde ik al van de Pizzaman op de camping dat je product best rotzooi mag zijn, als je het met een lach uitserveert maakt dat alles goed. Maar dat wist ik allang, sterker nog, aan die kennis dank ik mijn banksaldo. Een tweede les is dat geluksgevoel bestaat bij de gratie van contrast.
Dat zit zo. De eerste avond lag ik op een luchtbed dat niet goed was opgepompt, schuin tegen een hellingkje aan. Ik heb, afwisselend in stints van een half uur tot een uur, ongeveer vijf uur geslapen die nacht. De andere nachten ging het, na trial and error, langzaamaan wat beter, maar de vreugde die ik ervoer toen ik thuis mijn electrisch verstelbare, met de nieuwste inzichten van NASA en TNO gebouwde matras onder mijn rug voelde, was groot. Heel groot.
Wat heb ik daarvan meegenomen? Nee, ik ga niet een keer per week op een luchtbed in de tuin liggen, maar ik ga wel wat vaker voor contrast zorgen. De top van een berg is hoger als het dal diep is. In plaats van hogere toppen ga ik me de komende tijd richten op het vinden van diepere dalen.
Afgelopen zondag ben ik begonnen. Terwijl u de regen op uw ramen hoorde slaan en dacht dat het maar goed is dat u geen hond als huisdier heeft dat op een dergelijk tijdstip buiten wil wandelen, zat ik al op mijn fiets. Op de Mountainbike om precies te zijn, te scheuren over ruiterpaden en andere Gooische moerasgebieden. Thuisgekomen smaakte de koffie nog nooit zo lekker, zeker niet nadat ik het zand uit mijn mond had gespoeld. Contrast mensen, het gaat om contrast.
Jazeker, zo leerde ik al van de Pizzaman op de camping dat je product best rotzooi mag zijn, als je het met een lach uitserveert maakt dat alles goed. Maar dat wist ik allang, sterker nog, aan die kennis dank ik mijn banksaldo. Een tweede les is dat geluksgevoel bestaat bij de gratie van contrast.
Dat zit zo. De eerste avond lag ik op een luchtbed dat niet goed was opgepompt, schuin tegen een hellingkje aan. Ik heb, afwisselend in stints van een half uur tot een uur, ongeveer vijf uur geslapen die nacht. De andere nachten ging het, na trial and error, langzaamaan wat beter, maar de vreugde die ik ervoer toen ik thuis mijn electrisch verstelbare, met de nieuwste inzichten van NASA en TNO gebouwde matras onder mijn rug voelde, was groot. Heel groot.
Wat heb ik daarvan meegenomen? Nee, ik ga niet een keer per week op een luchtbed in de tuin liggen, maar ik ga wel wat vaker voor contrast zorgen. De top van een berg is hoger als het dal diep is. In plaats van hogere toppen ga ik me de komende tijd richten op het vinden van diepere dalen.
Afgelopen zondag ben ik begonnen. Terwijl u de regen op uw ramen hoorde slaan en dacht dat het maar goed is dat u geen hond als huisdier heeft dat op een dergelijk tijdstip buiten wil wandelen, zat ik al op mijn fiets. Op de Mountainbike om precies te zijn, te scheuren over ruiterpaden en andere Gooische moerasgebieden. Thuisgekomen smaakte de koffie nog nooit zo lekker, zeker niet nadat ik het zand uit mijn mond had gespoeld. Contrast mensen, het gaat om contrast.
vrijdag 27 augustus 2010
Leren van de camping - 4
We zijn alweer twee weken terug, maar de wijze lessen die ik op de camping heb geleerd blijven terugkomen in mijn gedachten en ik deel ze graag. Zo dacht ik vandaag terug aan de pizzaman. Van hem leerde ik hoe het komt dat mensen iets bij iemand kopen, toevallig een onderwerp waar ik me zakelijk ook wel eens over buig.
De eerste avond op de camping - de avond waarop onze kinderen de belofte dat zij voor ons zouden zorgen nog vers in het geheugen hadden - gingen de kinderen Pizza halen. Ik at Pizza's in Milaan en in Genua, ik at Pizza's van de Albert Heijn en van New York Pizza en ik at handgemaakte, met de allerverste ingredienten bereidde Pizza's tijdens een Italiaans bruiloftsdiner in Toscane (tijdens die avond leerde ik in één avond vloeiend Italiaans, daarover in een later blog meer). Je kunt dus wel zeggen dat ik wat betreft het eten van Pizza's enig referentiekader heb ontwikkeld. Ik zou mezelf geen Pizzaspecialist willen noemen, verre van, maar ik heb er toch, al schrijf ik het zelf, enige kijk op.
De pizza's die wij op de camping aten waren, naar mijn bescheiden mening, de smerigste, walgelijkste Pizza's die er in heel Frankrijk en omgeving te krijgen zijn. Ze smaakten naar frituurvet. Het meest opmerkelijke was nog wel dat alle ingredienten naar frituurvet smaakten. De kaas, de tomaat en de olijven, het was allemaal frituurvet. Het enige onderscheid tussen de ingredienten was de kleur, maar ook dat was tijdelijk. Als je de Pizza op je bord legde en een beetje roerde, namen de ingredienten zonder aarzeling dezelfde kleur aan, die van de grijsbruine kartonbodem.
De volgende avond stelde ik voor om in het dorpje bij de camping een restaurant te zoeken.
'Tegen' riepen mijn kinderen, in de veronderstelling dat een gezin een democratie is.
Uiteindelijk gaf ik toe en werd er toch Pizza gekocht.
'Wat wil je erop pap?' vroegen ze.
'Maakt niet uit, smaakt allemaal hetzelfde' was mijn antwoord.
Ook de avonden erna wilden mijn kinderen Pizza eten. De pukkeltjes op onze neuzen en de diarree werden voor lief genomen. De laatste avond liep ik mee en ontdekte ik het geheim. Een dikke Fransoos met rode bolle wangen bakte de Pizza's. Hij zong luid met de radio mee, draaide de pizzabodems met grote armzwaaien in zijn hand (wat compleet zinloos was, het waren voorgekookte plakken deeg die niet van vorm veranderden, wat hij ook draaide) en hij jongleerde met de ingredienten als een circusartiest.
'Hello bjoetiwoel sjieldren, watjoewant?' vroeg hij in zijn beste Engels.
'Five Pizza's' was het antwoord en daar ging hij weer. Zingend en jonglerend voerde hij een show op, waarbij hij ook regelmatig een olijf op een pizza kopte onder het uitroepen van 'Olé'.
De kinderen betaalden en terwijl hij wisselgeld zocht zei hij 'senk you very very very very very very (etc) much, waarbij het laatste much pas gezegd werd bij het uitdelen van het laatste centje wisselgeld.
We liepen naar buiten.
'Cool he?' zeiden mijn kinderen, nog nagenietend van de Franse malloot. 'Morgen weer Pizza pap?'
'Nee, morgen gaan we naar huis' zei ik opgelucht.
De eerste avond op de camping - de avond waarop onze kinderen de belofte dat zij voor ons zouden zorgen nog vers in het geheugen hadden - gingen de kinderen Pizza halen. Ik at Pizza's in Milaan en in Genua, ik at Pizza's van de Albert Heijn en van New York Pizza en ik at handgemaakte, met de allerverste ingredienten bereidde Pizza's tijdens een Italiaans bruiloftsdiner in Toscane (tijdens die avond leerde ik in één avond vloeiend Italiaans, daarover in een later blog meer). Je kunt dus wel zeggen dat ik wat betreft het eten van Pizza's enig referentiekader heb ontwikkeld. Ik zou mezelf geen Pizzaspecialist willen noemen, verre van, maar ik heb er toch, al schrijf ik het zelf, enige kijk op.
De pizza's die wij op de camping aten waren, naar mijn bescheiden mening, de smerigste, walgelijkste Pizza's die er in heel Frankrijk en omgeving te krijgen zijn. Ze smaakten naar frituurvet. Het meest opmerkelijke was nog wel dat alle ingredienten naar frituurvet smaakten. De kaas, de tomaat en de olijven, het was allemaal frituurvet. Het enige onderscheid tussen de ingredienten was de kleur, maar ook dat was tijdelijk. Als je de Pizza op je bord legde en een beetje roerde, namen de ingredienten zonder aarzeling dezelfde kleur aan, die van de grijsbruine kartonbodem.
De volgende avond stelde ik voor om in het dorpje bij de camping een restaurant te zoeken.
'Tegen' riepen mijn kinderen, in de veronderstelling dat een gezin een democratie is.
Uiteindelijk gaf ik toe en werd er toch Pizza gekocht.
'Wat wil je erop pap?' vroegen ze.
'Maakt niet uit, smaakt allemaal hetzelfde' was mijn antwoord.
Ook de avonden erna wilden mijn kinderen Pizza eten. De pukkeltjes op onze neuzen en de diarree werden voor lief genomen. De laatste avond liep ik mee en ontdekte ik het geheim. Een dikke Fransoos met rode bolle wangen bakte de Pizza's. Hij zong luid met de radio mee, draaide de pizzabodems met grote armzwaaien in zijn hand (wat compleet zinloos was, het waren voorgekookte plakken deeg die niet van vorm veranderden, wat hij ook draaide) en hij jongleerde met de ingredienten als een circusartiest.
'Hello bjoetiwoel sjieldren, watjoewant?' vroeg hij in zijn beste Engels.
'Five Pizza's' was het antwoord en daar ging hij weer. Zingend en jonglerend voerde hij een show op, waarbij hij ook regelmatig een olijf op een pizza kopte onder het uitroepen van 'Olé'.
De kinderen betaalden en terwijl hij wisselgeld zocht zei hij 'senk you very very very very very very (etc) much, waarbij het laatste much pas gezegd werd bij het uitdelen van het laatste centje wisselgeld.
We liepen naar buiten.
'Cool he?' zeiden mijn kinderen, nog nagenietend van de Franse malloot. 'Morgen weer Pizza pap?'
'Nee, morgen gaan we naar huis' zei ik opgelucht.
dinsdag 24 augustus 2010
Leren van de camping - 3
Tien meter voor me spelen de kinderen in het meer. Ze hebben weinig aandacht nodig, liggen op een luchtbedje, zwemmen naar de overkant van het meer en weer terug. A. leest een boek, de nieuwste Nicci French. Anders dan koffie en stilte heeft ze geen behoftes. Een hond hebben we niet, dus ik heb absolute rust.
'Kan ik nog iets voor je doen?' vraag ik volledigheidshalve aan A.
'Nee hoor, het is prima zo' bevestigt ze.
Oftewel, ik ben vrij. Vrij om te doen waar ik ooit dit blog om begonnen ben: schrijver worden. Ik droomde van een ultiem vrij leven, slechts gestoord door een uitgever die af en toe wat schrijfseltjes wil ontvangen, levend van de royalty's die maandelijks op mijn bankrekening gestort zouden worden. Zover is het (nog) niet.
Hoe doen anderen dat? Een succesvol schrijfster is Karen Slaughter. Haar boek 'Verbroken' breekt het ene na het andere verkooprecord. Ik laat me vallen in een campingstoel en ga lezen. Bij mij is dat een proces met een logaritmisch oplopende snelheid. Stel, ik lees de eerste bladzijde in drie minuten en de tweede in twee-en-een-halve minuut, dan neemt de snelheid bij elke verdubbeling van het aantal bladzijden dat ik lees met eenzelfde percentage toe. Ik dwaal af, excuses.
De snelheid komt er niet in bij deze Karen. Ik dwaal voortdurend af. Waarom is dit boek geschreven, gepubliceerd en wordt het verkocht? Vergeef me mijn onprofessionele, korte commentaren, maar hierbij enkele kwalificaties van 'Verbroken': Het is ongeloofwaardig, dom, slecht geschreven, slecht vertaald, totaal niet verassend, oppervlakkig, irritant, kortom een KUTboek. Naar mijn bescheiden mening. Het antwoord op de vraag waarom míjn eigen boek dan niet wordt uitgegeven is dat het dus nog slechter wordt gevonden.
De kinderen blijven zwemmen, A. heeft Nicci French weggelegd en leest in de brochure van de camping.
'De weg rond dit stuwmeer is 30km lang en voert over drie heuveltoppen' vertelt ze me.
Ik pak mijn mountainbike en ga fietsen, moe worden, energie verspillen. Misschien had ik dit blog 'wielrenner worden' moeten noemen. De overeenkomsten tussen deze twee ambities zijn duidelijk.
'Kan ik nog iets voor je doen?' vraag ik volledigheidshalve aan A.
'Nee hoor, het is prima zo' bevestigt ze.
Oftewel, ik ben vrij. Vrij om te doen waar ik ooit dit blog om begonnen ben: schrijver worden. Ik droomde van een ultiem vrij leven, slechts gestoord door een uitgever die af en toe wat schrijfseltjes wil ontvangen, levend van de royalty's die maandelijks op mijn bankrekening gestort zouden worden. Zover is het (nog) niet.
Hoe doen anderen dat? Een succesvol schrijfster is Karen Slaughter. Haar boek 'Verbroken' breekt het ene na het andere verkooprecord. Ik laat me vallen in een campingstoel en ga lezen. Bij mij is dat een proces met een logaritmisch oplopende snelheid. Stel, ik lees de eerste bladzijde in drie minuten en de tweede in twee-en-een-halve minuut, dan neemt de snelheid bij elke verdubbeling van het aantal bladzijden dat ik lees met eenzelfde percentage toe. Ik dwaal af, excuses.
De snelheid komt er niet in bij deze Karen. Ik dwaal voortdurend af. Waarom is dit boek geschreven, gepubliceerd en wordt het verkocht? Vergeef me mijn onprofessionele, korte commentaren, maar hierbij enkele kwalificaties van 'Verbroken': Het is ongeloofwaardig, dom, slecht geschreven, slecht vertaald, totaal niet verassend, oppervlakkig, irritant, kortom een KUTboek. Naar mijn bescheiden mening. Het antwoord op de vraag waarom míjn eigen boek dan niet wordt uitgegeven is dat het dus nog slechter wordt gevonden.
De kinderen blijven zwemmen, A. heeft Nicci French weggelegd en leest in de brochure van de camping.
'De weg rond dit stuwmeer is 30km lang en voert over drie heuveltoppen' vertelt ze me.
Ik pak mijn mountainbike en ga fietsen, moe worden, energie verspillen. Misschien had ik dit blog 'wielrenner worden' moeten noemen. De overeenkomsten tussen deze twee ambities zijn duidelijk.
vrijdag 20 augustus 2010
leren van de camping - 2
De tweede campingles die ik wil delen is de les om je negatieve emoties richting je medemensen niet te snel te uiten. Houd je in.
Mijn zoon en ik gingen vissen, op de camping inderdaad. Ik legde hem uit hoe je de hengel monteert, hoe de haak aan de draad moet en hoe de dobber en het lood daartussen gemonteerd dienen te worden. Ik zou graag zeggen dat dit kennis is die van vader op zoon wordt overgedragen, maar in mijn geval klopt dat niet, ik heb het uit een boekje.
‘Gaan we dan echt die vis vangen en opeten?’ vraagt hij achterdochtig.
‘Jazeker’ zeg ik ‘laat dat maar aan mij over’ en ik deel al de kennis over het vangen van vissen met hem, waarbij mijn diepere inzicht in de vissengeest goed van pas komt. ‘Te grote brokjes brood, daar houdt de vis niet zo van’ en ‘als je te veel aan de hengel beweegt wordt hij achterdochtig, sta stil en sla op het juiste moment toe’
Nadat ik drie keer de lijn heb moeten doorknippen omdat er iets scheef zat staan we eindelijk langs de kant en werpen uit. Een uur, anderhalf uur, we vangen niets, nop, nada. Dan komt er een dikke Fransman met stinkende Gauloise sigaretten, blote buik en een onoogljjk klein hengeltje naast ons staan. Hij en zijn zoon leiden aan ADHD in het kwadraat en de concentratie van onze vissen wordt danig verstoord. Logisch dat ze nu niet bijten.
Tot mijn stomme verbazing haalt de man de ene baars na de andere uit het meer. Hij gooit ze terug en ik denk dat ze ons uitlachen. Eigenlijk weet ik het wel zeker. Dan vangt hij een grote, zilveren, vlezige vis en hij biedt hem me aan. ‘Pour votre dejeuner’ zegt hij erbij. Ik gaf hem geen klap voor zijn bek en brak zijn hengel niet doormidden. Ik hield me in, knap he?
Abonneren op:
Posts (Atom)









