donderdag 19 augustus 2010

leren van de camping - 1

Ik probeer in het leven te staan met een nieuwsgierig karakter, een onderzoekende instelling en een geest die elke dag wat wil leren. Ook op de camping? Jazeker, ook, of misschien wel juist op de camping. Daar waar je teruggeworpen wordt op het koken op een butagasstel, waar je met een wc-rol richting pleehokken moet lopen zodat iedereen weet: daar gaat er eentje poepen, daar waar je op de grond in slaap moet zien te komen terwijl meters naast je een dikke man luid aan het snurken is en nog wat verder een stel tieners dronken achter elkaar aanrent, daar leer je het meest over jezelf. In een gepolijste, luxe omgeving kan iedereen zich staande houden, in een basale camping wordt je pas geconfronteerd met jezelf en je eigen tekortkomingen.

De eerste campingles die ik wil delen is : pluk het geluk, voor je het weet is het uitgebloeid.

We parkeerden onze auto naast onze campingplek, een ideaal spotje voor een Hollands gezin op vakantie: loopafstand van de afhaalpizza's en de flipperkasten, direct aan het meer, paar mooie bomen om onder te schuilen tegen de brandende zon. Mijn vrouw en ik konden gaan oogsten. Jarenlang hebben we luiers verschoond, hebben we weekenden in sauna-achtige omstandigheden zwemlessen afgewerkt en zijn we praktisch failliet gegaan aan alle clubjes waar onze kinderen op moesten. Tijd dus om te oogsten, want onderdeel van de onderhandelingen met onze kinderen was dat we een week naar de camping zouden gaan, maar dat papa en mama dan 'niks hoefden te doen'. 'Deal' hadden wij gezegd en dus gingen wij zitten, schonken wij twee, helaas warme, glazen rosé in en keken toe hoe onze kinderen de tent gingen opzetten.

Met een mengeling van trots en verbazing zagen wij voor ons waarempel een tent omhoog komen. Het was een heerlijk moment. Zoals een boer die bij het eerste graan dat hij in zijn kar laadt zich realiseert dat de oogssttijd is begonnen, zo zaten wij daar met onze glazen wijn. Te oogsten en te genieten.

Het duurde ongeveer drie minuten. Toen sloeg er een met een hamer op zijn duim in plaats van op een haring, viel er een stuk tent om en bedachten de kinderen dat ze eigenlijk liever eerst naar het zwembad gingen om daarna verder te gaan met tentopzetten. Of wij zolang op de spullen wilden letten.

Het waren drie heerlijke minuten. Ze zijn geplukt en geoogst.

zondag 15 augustus 2010

Avé Maria - deel 2

Mijn knieen zijn geschaafd, mijn ellebogen liggen open en ik heb dorst. Mijn kleren zijn vies en gescheurd. De laatste 100 meter ben ik door het struikgewas gekropen om niet gezien te worden. Ik hoop dat het allemaal de moeite waard zal zijn en dat ook het offer van mijn lieve dochter niet vergeefs zal zijn.
'Auw' riep ze middenin de nacht. 'pappie, het doet pijn, boehoehoe ... '
'Stil maar liefje' zei ik tegen haar. 'Je bent gestoken door iets raars. Pappie haalt een pleistertje voor je en dan mag je in mijn bedje verder slapen.' Een leugentje om bestwil. Achter mjn rug hield ik de injectenaald met haar bloed, maagdenbloed, verborgen. Zou het genoeg zijn?
'ik ben even weg' riep ik tegen de rest van het gezin. Hoe ik mijn afwezigheid van deze ochtend later verklaar zien we nog wel, mijn missie moet geheim blijven.

Honderd meter achter me ligt mijn mountainbike, verscholen achter een rotsblok. Straks zal ik al die kilometers weer bergop moeten trappen, is al die training (zie veel van mijn eerdere blogs) toch nog ergens goed voor geweest.

De zon komt op. De kastelein van De Coral (zie twee blogs geleden) loopt richting de kapel. Ik wacht een minuut en ja hoor, het 'Avé Maria' galmt door de kapel. Het is even stil en hij heft opnieuw aan. Ik sluip de kapel binnen, hij hoort niets, verzonken als hij is in gebed en gezang. Dan hoor ik hem mompelen 'Moeder van God. Ik heb uw oproep beantwoord en in deze uithoek voed ik de hongerigen en laaf ik de dorstigen. Maar het gemeentebestuur, heilige maagd, ze willen huurpenningen zien. En de electriciteitsrekening kwam gisteren, hoe ga ik die betalen?' De man huilt en zet opnieuw het 'Avé Maria' in. Nu komt het eropaan. Gaat mijn plan slagen of gaat mijn goede daad in rook op? Ik sta nu twee meter achter hem, hij heeft me nog steeds niet opgemerkt. Ik sprenkel wat chloroform op een doek en het werkt veel beter dan ik had durven vermoeden. De nog nuchtere herbergier valt al flauw bij de eerste geur en ik kan ongestoord mijn gang gaan.

Met drie stappen ben ik bij het Mariabeeldje en ja hoor, het glazen huisje waar ze in bewaard wordt gaat open met de sleutel die de herbergier om zijn nek heeft hangen. Ik pak de injectienaald met het bloed en drup het buisje leeg, drup drup drup op haar linkeroog. Snel zet ik het beeldje terug, sluit het hokje af en hang de sleutel terug. Ik bewonder nog even het resultaat, maar dan hoor ik dat de herbergier wakker wordt.

Op het moment waarop ik op mijn mountainbike stap en de bergpas wil opfietsen hoor ik de herbergier de kapel uitkomen. 'Un miracle, c'est une vraie miracle'. Tevreden zet ik mijn fiets in de bergversnelling.

donderdag 5 augustus 2010

Het nut van een camping

Als eerstejaars student ontmoette ik een niet onbemiddeld man. Geen Quote 500 materiaal, maar rijk genoeg om er hobby's als het verzamelen van Old Timers op na te houden en een privé jet te huren voor zijn vakanties.
'Op een gegeven moment kom je erachter dat er altijd iemand in een groter huis woont' vertelde hij me.
Tenzij je zelf in het grootste huis op de wereld woont, bedacht ik toen, maar ik was nog jong en hield mijn momd. Nu zou ik de discussie aangegaan zijn, toen niet. Ik had ook niet door dat dit inzicht het leven van de man drastisch had veranderd. In plaats van nog meer geld verdienen ging hij het opmaken. In plaats van in files staan, ging hij het chroom van een vijftig jaar oude auto poetsen.

Ik denk weer aan dit gesprek terug nu wij met ons gezin op het punt staan om een week te kamperen op een middelmatig bekend staande camping in Midden Frankrijk. In een tent. Zonder electra of stromend water. Ik vraag me sterk af waarom ik aan dat gesprek van destijds moet terugdenken. We zullen ons realiseren dat als we in een tent slapen we jaloers kunnen zijn op een gezin in een caravan. Of als je in een caravan slaapt je jaloers kunt zijn op mensen in een vakantiehuisje. Zoals de man destijds zei 'Er woont altijd iemand in een groter huis'.

Maar voorafgaand aan deze campingweek merk ik een ander effect. We verheugen ons op de ontberingen.
'Pap, hebben we echt geen licht in die tent?' vraagt mijn dochter.
'Nee lieverd, alleen een zaklamp, maar die mag niet altijd aan, want dan gaan de batterijen op'
'Oeh, leuk!' roept ze.

Er woont ook altijd iemand in een kleiner huis, bedenk ik me. Tenzij je in het allerkleinste huis van de wereld woont natuurlijk...

O ja, volgende week check ik geen mail, ik blog niet en bel beperkt om batterijtijd te sparen. Benieuwd voor wie de campingweek het meest heilzaam zal werken.

woensdag 4 augustus 2010

Warempel, een 12-e eeuws Mariabeeld.

Niet iedereen heeft een even groot zakelijk inzicht. Verschil moet er zijn, het leven is één grote survival of the fittest. Was iedereen even fit, dan zou het gevecht om de schaarse middelen die deze planeet ons biedt een uitzichtloze lange strijd zijn en zou iedereen even rijk eindigen.

Vandaag kruistte ons gezelschap het pad van een man die wat zakelijk inzicht betreft redelijk slecht bedeeld is. Stel, u rijdt vanaf de kust van Zuid Frankrijk anderhalf uur het binnenland in, bergop. En stel u ziet dan een zandpad en rijdt daar een half uur naar beneden. En stel u ziet daar een verlaten klooster. Dan vraagt u zich toch een beetje af wat die monnikken ooit op deze van God verlaten plaats gedaan hebben en wat u er zelf eigenlijk doet, toch? Zo niet de minst zakelijke man van Frankrijk die wij vandaag hebben ontmoet, hij is hier namenlijk een restaurant begonnen. Op zich al een ongelukkige keuze, maar hij is ook nog eens vergeten zich aan te melden op het internet, bij de Pages Jaunes of bij de Guide Michelin. Eigenlijk weet niemand van zijn bestaan, het is aan mijn zusters oneindige vernuft te danken dat wij er voor de lunch gereserveerd hadden.

Je voelt aan alles dat de man volgend jaar volslagen failliet is. Hij voelt het zelf ook, want na de lunch (9 man voor en hoofd, cola en wijn, minder dan 120 Euro) vertelt hij dat zijn spaargeld er inmiddels doorheen is en de zaken niet zo best gaan. Mijn Frans is te slecht om te suggereren dat een bord langs de kant van de weg zou kunnen helpen om eens een voorbijganger de tien kilometer lange, onbestrate oprit naar het klooster te laten inslaan. Zelf wijt hij zijn zakelijke mislukking aan de gemeente: de huur is te hoog en men heeft hem vals voorgespiegeld dat het een toplokatie zou zijn.

Na de kwartier lange klaagzang van de man over de huichelachtige gemeente Prats de Mollo, bezoeken de volwassenen in ons gezelschap (incluis mezelf) de kapel. Weinig soeps, kappelletje van veertien in een dozijn. Dan verschijnt onze man weer die ons wijst op een 12-e eeuws Mariabeeld en uitlegt dat het een Romaanse kapel is en geen Gothische, wat te horen is aan de akoestiek. We hopen op clementie, maar we moeten eraan: een Avé Maria uit volle borst wordt aangeheven ter ondersteuning van zijn stelling. Hij voegt er nog aan toe dat hij iedere ochtend voor zonsopgang het Avé Maria zingt.

Hopenlijk zal Maria hem een beetje helpen als hij straks aan de bedelstaf is.

... de kapel van de Notre Dame du Coral met een uitmuntende akoestiek. Linksmidden tegen de achterwand het 12-e eeuwse Mariabeeld...

vrijdag 30 juli 2010

Management by Pyrenee

Wie denkt dat je niks leert van het liggen naast een zwembad, het plamuren en schilderen van een muur, het couperen van een uitzichtbelemmerende tak, het met je kinderen vissen op zee (oogst dit jaar: twee oneetbare vissen...) of het fietsen naar de top van een pyrenee, die zit ernaast.


Neem mijn buurman. Van hem leerde ik vandaag ‘Management by Pyrenee’. Deze moderne management theorie is zo nieuw dat hij in geen enkel managementboek staat, noch wordt hij onderwezen op enige business school. Het komt erop neer dat je als manager vindt dat je boven op een berg staat (een pyrenee) en dat degene die het werk voor je verrichten diep in het dal op jouw instructies wachten. Deze week maakte ik voor het eerst kennis met de praktijk. De buurman en ik stonden over het tuinhek wat te babbelen over het kabbelen van de 100 meter lager gelegen rivier, toen hij aanbood om het slot van mijn tuinhek open te slijpen. Dit slot gaat open met een reeds lang vergeten cijfercombinatie en het was hem opgevallen dat wij het hek nooit opendeden. Ik nam zijn aanbod aan en toen begon de show. Hij riep ‘Henríííí!!’ en daar kwam Henri aangerend. Na een korte, geschreeuwde instructie sleep Henri mijn slot open.

‘Merci’ zei ik tegen Henri, maar mijn buurman zei niets. Onderdeel van zijn ‘savoir de patronage’ legde hij uit. Ik vroeg door, doorvragen is feitelijk de enige echte vaardigheid die ik bezit, management van mensen is mijn zwakke plek. Onderdeel van zijn wijze van leidinggeven, begreep ik, is het zorgvuldig vermijden van complimenten. Men snauwt, schreeuwt en scheldt naar het personeel, dat is voor iedereen, knecht en patroon, het duidelijkst. Hij somde de voordelen van zijn managementstijl, die ik ter plekke doopte tot ‘management by pyrenee’ voor me op:

- Uw bedienden mompelen en u hoort ze. Als u mompelt verstaan zij niets, geluid draagt slechts naar boven. Wilt u iets terugzeggen, dan gaat u schreeuwen. Mijn buurman schreeuwt de hele dag naar zijn personeel, met verbluffend resultaat.
- U hoeft zich aan geen enkele regel te houden. Er gelden weliswaar wetten bovenop een berg, maar handhaving is onmogelijk. U ziet de politie van verre aankomen en kunt op tijd verdedigingslinies aanleggen. Mijn buurman houdt zich al jaren niet aan regels en niemand maakt hem wat.
- Als het personeel niet doet wat u zegt, kunt u gemakkelijk een steen pakken en gooien. Teruggooien is moeilijker vanwege de op een pyrenee alom aanwezige zwaartekracht. Als het personeel wel doet wat u zegt, maar het pakt verkeerd uit kunt u ook met stenen gooien.

Ik bewonder mijn buurman mateloos. Terwijl ik de afgelopen jaren half werkloos een boek probeerde te schrijven is hij een geslaagd manager geworden, dankzij zijn verbluffend scherpe visie. Hij is al na zeven jaar bouwen zover dat zijn huis bijna af is en weldra zal hij toekomen aan het opruimen van het bouwmateriaal, dat hij voor een deel op mijn terrein heeft geparkeerd.

‘Kent je stijl ook zijn schaduwkanten?’ vraag ik hem. Ik doel op de twee vrouwen die hem de afgelopen jaren hebben verlaten.
‘Nou, ik moet opeens wel hard doormanagen’ legt hij uit. 'Zaterdag komen er mensen mijn huis huren voor de vakantie en links en rechts ligt er nog een detail’

Maakt buurman een grap? Zijn tuin, afgeladen met bouwmateriaal, loopt af in een gevaarlijke afgrond, uit elk raam hangen buizen, draden en andere ondefinieerbare materialen en binnen staan bouwsteigers. Vertrouwt hij niet iets te veel op zijn managementvaardigheden?

Vanavond lag ik naast het zwembad en hoorde ik hem vloeken en tieren. Was dit bewust beleid of liep het uit de hand? Ik keek op van mijn boek, het oersaaie ‘confetti op de dorsvloer’ en zag twee werklieden wat spullen in de achterklep van hun auto smijten en wegrijden. De buurman liep er omheen en schreeuwde ‘plus de sou, comprends? Plus de sou, merde!’. ‘Geen cent meer, begrepen? Geen cent meer, verdomme’.

Terwijl ik dit schrijf is het tien uur ’s-Avonds. De buurman is bezig aan het hek rond zijn tuin. Onder een bouwlamp in de woonkamer zie ik enige onuitgepakte IKEA meubeltjes staan en tussen de emmers opgedroogde stuc staan twee, in doorzichtig plastic verpakte, matrassen. Morgenochtend komen de huurders. Geen probleem, hij heeft zijn onvolprezen managementstijl om op terug te vallen.

zaterdag 24 juli 2010

De Catalaan

Halverwege de helling stond hij: de Catalaan. Niet verwonderlijk, ik ben in Catalonie en dan kan het gebeuren dat je iemand tegenkomt die hier geboren en getogen is en dus als Catalaan aangemerkt kan worden. En zeker als je een eindje gaat fietsen door dorpjes waar geen toerist komt, dan neemt die kans toe. Dit was echter niet een Catalaan, dit was dé Catalaan besloot ik. Ik baseerde dat op het stokbroodje onder zijn arm en de langzame doch zelfverzekerde tred waarmee hij zich over de stoep voortbewoog. Ik schatte hem in de tachtig, donkere ogen, doorgroefd gezicht, een sigaret tussen de lippen. Zo’n Catalaan waarvan je achteraf zegt dat je er een foto van had moeten maken. Wat je toch niet durft, want je wilt zo’n Catalaan niet in verlegenheid brengen.
Ik kneep in mijn remmen en vroeg de weg naar Llauro. Ik wist exact waar Llauro ligt. Op mijn fiets heb ik een apparaat gemonteerd dat om de seconde een signaal ontvangt van zeven satellieten, dit vertaalt in een centimeternauwkeurige plaatsbepaling en deze informatie, naast mijn hartslag, snelheid, aantal pedaalslagen per minuut en afgelegde afstand toont op een displaytje dat aan mijn stuur vastzit. Ik wist beter dan wie ook waar Llauro ligt maar wilde in gesprek komen met de Catalaan. Een vuurtje vragen leek me wat vreemd overkomen, de zweetdruppels bungelden aan mijn neus en mijn hartslag was al 42 minuten niet onder de 150 geweest. Dus dan maar de weg.

‘Pardon Monsieur, ou est Llauro?’
‘Hun, sepah millofrang spero?’ antwoordde de Catalaan.

Oeps, ik was vergeten dat echte Catalanen uitsluitend Catalaans spreken en laat dit nou net een van de weinige Europese talen zijn waar ik geen woord van beheers. Ik pakte mijn bidon en nam een paar slokken water.

‘Llauro?’ vroeg ik en ik wees met mijn vinger de verkeerde kant op. Zo gaf ik hem de kans mij de juiste weg te wijzen. Dat zou hem een goed gevoel geven deze Catalaan. Na jaren van onderdrukking door Madrid en Parijs gun je dat zo’n man.
“Auoh?’ vroeg hij.
Ik besefte dat de dubbele L van Llauro in het Spaans en dus waarschijnlijk ook in het Catalaans, uitgesproken wordt met een J.
‘Jauro?’ vroeg ik en ik spelde ‘El, El, A, U, Erre, O.’

Hij keek me aan alsof ik van een andere planeet kwam. Zou deze man eigenlijk wel kunnen spellen? Hij riep nu een andere Catalaan erbij die, tergend langzaam, vanaf de andere kant van de straat kwam aanwandelen. Ik zag dat mijn hartslag terugzakte en ik voelde dat mijn beenspieren afkoelden. Mijn fietsritme was ik kwijt en dat was lastig, want ik moest nog een eindje. Naar Llauro om precies te zijn.

De tweede Catalaan kwam aangelopen, hoorde mijn vraag, wees op een verkeersbord en zei in het Engels.
‘Sir, look at the sign. Llauro is to your left, eleven kilometers after Fourques’

De twee mannen keken elkaar aan en begonnen wat te lachen, om zoveel domheid. Welke gek gaat er in deze hitte in een belachelijke ballenknijper op een fiets zitten en kent de weg niet eens? Ik stapte op en probeerde mijn ritme weer te vinden. Stomme kutcatalaan.

woensdag 21 juli 2010

Eindelijk terug uit Spanje

Er viel even niks te bloggen. Nadat ik de mannen van Oranje had voorbereid op de strijd met de Spanjaard en mij iets te serieus van deze taak had gekweten (ik was het die Mark van Bommel aanzette om de noppen van zijn voetbalschoenen te slijpen tot spijkers en ik heb Nigel de Jong uitgelegd hoe je door een voet op het borstbeen van je tegenstander te planten een wedstrijd kan winnen) was ik even uitgeluld.

We hebben verloren en dat komt door mij. Excuus, ik heb die jonge gasten van het Nederlands Elftal op lopen fokken en het resultaat is bekend. We hebben verloren en erger nog, de hele wereld spreekt schande van ons. 'Niet oranje maar rood' stond er Nota Bene in een Duitse krant. Kan het erger?

Enige bescheidenheid dus van mijn kant, maar vanaf vandaag verandert dat. Mijn pen is geslepen, de inspiratie borrelt weer als vanouds. Dit blog is weer open! Al zal het niet dagelijks zijn, de stukjes komen er weer aan. Een verzoek: ik blijf op de been door commentaar, dus reageer!

zaterdag 3 juli 2010

'Super Sneijder Stopt Samba' en 'Oei Oei Urugay'

De kranten, met name de Engelse, zijn meesters in het verzinnen van pakkende titels. Een echt goede titel voldoet aan de volgende eisen:
- hij is kort, want hoe korter deste groter de chocoladeletters

- er zit een woordgrapje in, bijvoorbeeld 'Arjen Robbed' nadat Arjen Robben onterecht geen penalty kreeg (The Sun)
- hij is dubbelzinning met liefst een seksuele tweede betekenis

In dit kader belde ik gister direct na de wedstrijd met De Telegraaf, de krant van in slaap gesust Nederland en de Wilders stemmers uit de provincie. Ik vertelde hun hoe ik drie dagen lang met sambaballen voor het hotel van de Brazilianen had gestaan, om ze uit de slaap te houden. Als titel suggereerde ik 'Wakkere fan put Brazilianen uit' en of hun chef koppenmaker, op basis van de drie bovenstaande regeltjes, daar even een leuke kop van wil maken. Heel de wereld zal het over De Telegraaf hebben en de drukpersen kunnen overuren maken. Mijn honorarium mag bescheiden zijn, het was voor het goede doel.
'Voor welk Hotel stond u eigenlijk' vroeg een wakkere journalist.
'Het Hilton in Kaapstad' antwoordde ik.
'In dat hotel' werd me uitgelegd 'slapen de Nederlandse journalisten, bondsbestuurders en sponsors. De Brazilianen verbleven in Johannesburg. Goedenavond'

Woest liep ik de sportzaal in waar de Nederlands Elftal spelers zaten. Ik zou ze eens flink de waarheid vertellen, als ze dachten dat ze met me konden blijven dollen, dan hadden ze het mis. Ik schrok want als eerste zag ik Robin van Persie, hij gaf over in een wc pot. En ook Sneijder, van der Vaart en Robben zag ik in die pose. Alle spelers waren of aan het overgeven, of hingen lijkbleek onderuit.

Van Marwijk keek me aan en ik keek terug. Ik realiseerde me direct de situatie: ik was nog de enige fitte speler van de selectie.

Ik bedacht direct een pakkende krantenkop 'Oei Oei Urugay'

donderdag 1 juli 2010

Ze dansen de samba op het sambaballenbal.

Ik hoor er al steeds meer bij, bij dat hele Nederlands elftal gebeuren. Eergistermorgen kwam Bert Van Marwijk zelf naar me toe, een dik boek onder zijn arm.
'Lees dit' zei hij en hij liep weer door.
Een korte opdracht, maar toch, dé bondscoach sprak tegen me, sterker nog, hij gaf me een opdracht. Er is dus sprake, overduidelijk zelfs, van een gezagsverhouding. Ik ben dus officieel erkend medewerker van het Nederlands elftal.

Ik dook het boek in. Het was een taaie verhandeling over de antropologische verschillen tussen de verschillende culturen van Brazilië, geschreven door een hoogleraar te Leiden. 243 pagina's, geen plaatjes. En dat moest ik lezen, terwijl ik op mijn nachtkastje de nieuwste Harlan Coben open had liggen, nota bene op een van de spannendste pagina's.

Maar goed, alles voor het nut van het algemeen. Enkele uren later kwam de bondscoach, met in zijn kielzog de twee assistenten Philip Cocu en Frank de Boer, bij me.
'Gelezen?' vroeg hij.
'Jawel, hooggeëerde heer, bij wie ik me de kleinste mens ter wereld voel en waarbij het een eer is dat ik in zijn schaduw mag verblijven'
'En?' vroeg hij weer.
'En wat?' vroeg ik, ietwat van mijn a propos.
'En wat!' herhaalde hij schreeuwend. 'In dit boek staat het antwoord op de vraag hoe wij de Braziliaan moeten verslaan en het enige wat jij zegt is 'en wat' met je druilerige visseogen en je scheve bleke bekkie.'
Hij pakte het boek, sloeg het ergens in het midden open en wees een zin aan.
'Lees voor, druiloor' zei hij.
'Jawel, heer' zei ik en ik las voor: 'De overeenkomst tussen alle Braziliaanse volken is dat ze van muziek houden, bij voorkeur de samba. Als een Braziliaan ergens de samba hoort, blijft hij het liefst de hele nacht op om te dansen. Dat ze de dag erna moe op het werk verschijnen nemen ze op de koop toe.

Frank de Boer en Philip Cocu haalden ieder een sambabal achter hun rug vandaan en gaven die aan me. De bedoeling was me meteen duidelijk en sinds die tijd sta ik, nu dus al meer dan 36 uur, bij de poort van het hotel waar de Brazilianen slapen met mijn sambaballen te zwaaien terwijl ik zing:
'We dansen de samba, we dansen de samba, we dansen de samba op het sambaballenbal'.

De rest van de tekst is me helaas ontschoten. zodat het wel een beetje saai wordt. Maar ik doe het graag, wetend dat de Brazilianen nu al 36 uur onafgebroken aan het dansen zijn in de lobby, het is immers een samba. Dat ze morgen moe op het veld verschijnen nemen ze op de koop toe, maar ons komt het niet slecht uit.

Op naar de finale, dankzij de samba!