Mijn knieen zijn geschaafd, mijn ellebogen liggen open en ik heb dorst. Mijn kleren zijn vies en gescheurd. De laatste 100 meter ben ik door het struikgewas gekropen om niet gezien te worden. Ik hoop dat het allemaal de moeite waard zal zijn en dat ook het offer van mijn lieve dochter niet vergeefs zal zijn.
'Auw' riep ze middenin de nacht. 'pappie, het doet pijn, boehoehoe ... '
'Stil maar liefje' zei ik tegen haar. 'Je bent gestoken door iets raars. Pappie haalt een pleistertje voor je en dan mag je in mijn bedje verder slapen.' Een leugentje om bestwil. Achter mjn rug hield ik de injectenaald met haar bloed, maagdenbloed, verborgen. Zou het genoeg zijn?
'ik ben even weg' riep ik tegen de rest van het gezin. Hoe ik mijn afwezigheid van deze ochtend later verklaar zien we nog wel, mijn missie moet geheim blijven.
Honderd meter achter me ligt mijn mountainbike, verscholen achter een rotsblok. Straks zal ik al die kilometers weer bergop moeten trappen, is al die training (zie veel van mijn eerdere blogs) toch nog ergens goed voor geweest.
De zon komt op. De kastelein van De Coral (zie twee blogs geleden) loopt richting de kapel. Ik wacht een minuut en ja hoor, het 'Avé Maria' galmt door de kapel. Het is even stil en hij heft opnieuw aan. Ik sluip de kapel binnen, hij hoort niets, verzonken als hij is in gebed en gezang. Dan hoor ik hem mompelen 'Moeder van God. Ik heb uw oproep beantwoord en in deze uithoek voed ik de hongerigen en laaf ik de dorstigen. Maar het gemeentebestuur, heilige maagd, ze willen huurpenningen zien. En de electriciteitsrekening kwam gisteren, hoe ga ik die betalen?' De man huilt en zet opnieuw het 'Avé Maria' in. Nu komt het eropaan. Gaat mijn plan slagen of gaat mijn goede daad in rook op? Ik sta nu twee meter achter hem, hij heeft me nog steeds niet opgemerkt. Ik sprenkel wat chloroform op een doek en het werkt veel beter dan ik had durven vermoeden. De nog nuchtere herbergier valt al flauw bij de eerste geur en ik kan ongestoord mijn gang gaan.
Met drie stappen ben ik bij het Mariabeeldje en ja hoor, het glazen huisje waar ze in bewaard wordt gaat open met de sleutel die de herbergier om zijn nek heeft hangen. Ik pak de injectienaald met het bloed en drup het buisje leeg, drup drup drup op haar linkeroog. Snel zet ik het beeldje terug, sluit het hokje af en hang de sleutel terug. Ik bewonder nog even het resultaat, maar dan hoor ik dat de herbergier wakker wordt.
Op het moment waarop ik op mijn mountainbike stap en de bergpas wil opfietsen hoor ik de herbergier de kapel uitkomen. 'Un miracle, c'est une vraie miracle'. Tevreden zet ik mijn fiets in de bergversnelling.