Schrijven werkt blijkbaar inspirerend. Mijn zoon en aankomend gymnasiast J. heeft in zijn ondoordringbare handschrift enige krabbels op papier gezet.'Wat schrijf je?' vraag ik hem.
'Een werkstuk voor school' zegt hij. 'Je mocht kiezen waar het over gaat. Ik koos voor 'stille armoede''.
Ik complementeer hem met zijn keus. 'goed van je' zeg ik 'dat je je daar eens in wil verdiepen. Onze levensstijl van de afgelopen jaren leek meer op uitbundige rijkdom.'
'Pap,' zegt hij 'ik doe deze omdat alle andere onderwerpen al waren gekozen. En ik moet drie bladzijden en ik heb er pas een.'
Er komt iemand binnen. Klasgenootje en vriendje M. met een bal onder zijn arm. 'Ga je mee naar het schoolplein?' vraagt hij. J. kijkt me vragend aan.
'Weet je wat?' zeg ik. 'schrijf erboven: dit is wat mensen die arm zijn en zich schamen over hun armoede zeggen en dan laat je de rest leeg'
J. kijkt me verheugd aan.
'Durf jij dat?' vraagt M.
'Tuurlijk' zegt J. en voegt de daad bij het woord.
Ook creativiteit valt te leren als je je angsten maar overboord zet. Paul Sebes zou trots op me zijn.