Posts tonen met het label schrijver worden opvoeden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schrijver worden opvoeden. Alle posts tonen

donderdag 15 april 2010

Schaamteloos spilziek.

Als je schrijft en je wilt echt doorbreken en dat wil ik, dan past schaamte niet. De lezer wil diep tot in de ziel van een verhaal doordringen. Schaamte en de daarmee gepaard gaande voorzichtigheid zul je als schrijver moeten laten varen. Denk ik, want ik ben zover nog niet. Maar stel, je schrijft een mooi verhaal over een seriemoordenaar en je verzint hoe je hoofdpersoon opgewonden raakt als hij een ander mens een kopje kleiner maakt. Dan moet je je dus niet gaan schamen voor je meelezende vrienden, familie of je moeder, dan wordt het nooit wat. Maar hoe zit het als je over jezelf of je naasten schrijft en ze dingen denken en doen waar je je wel voor zou moeten schamen?

Ik probeer wat concreter te worden. Stel je hebt een dochter en die dochter is negen jaar. En ze heeft drie Euro in haar portemonnee. Haar broer zegt dat ze moet sparen, maar de dochter loopt, zonder toestemming nota bene, naar een snoepwinkel en geeft haar geld uit. Dan zegt de zoon dat dat niet verstandig is, dat ze beter kan sparen. En dan zegt de dochter, 'ik ben een meisje, ik trouw later wel met een verstandige man met veel geld. Ik ben nou eenmaal dol op sjoppen'. (ik herhaal nog even de leeftijd van het onderwerp: negen jaar).

Moet je dat dan allemaal opschrijven, of pas hier slechts schaamte over de wijze waarop dit kind is opgevoed? Kies ik voor de kunst en schrijf ik het op? Of moet ik dit voorval heel stil houden en maar eens een dag niet bloggen?

Ben benieuwd naar jullie meningen.

donderdag 18 februari 2010

trwasantkatrevendiesneuf

'Pap, waar moeten allemaal liggende streepjes in het woord trwasankatrevendiesneuf?' vraagt zoon J.. Ik voel me vereerd. De momenten dat door 12, bijna 13 jarige zoon J. aan mij nog iets gevraagd wordt, zijn tegenwoordig zeldamer dan een sneeuwloze dag in februari. Dan tel ik even niet mee de vragen 'Pap, wil je me beltegoed geven want het is opeens op?' of  'Pap, wil je me naar voetbal brengen want het sneeuwt?' of  'Pap, waarom krijgt iedereen in de klas meer zakgeld dan ik?'. Deze laatste drie vragen rangschik onder 'de vragen die zoon J. uit eigenbelang stelt'. De eerste vraag valt in de categorie 'de vragen die hij stelt omdat hij denkt dat ik het weet'. De vragen uit pure interesse, bijvoorbeeld 'Pap, hoe was het op kantoor?' die zijn al zo lang uitgestorven, daar heb ik geen categorie meer voor.

'Ik heb geen idee' antwoord ik 'Staat het niet ergens in je boek?'
'Ja maar, jij weet het toch?' zegt hij. Ik kijk hem even aan. Vol ongeloof begint hij zich te realiseren dat hij iets aan het leren is dat ik of allang vergeten ben of waar ik nog nooit iets over geweten heb. Ik dacht dat het eerder deze week al ging gebeuren toen ik Latijnse abracadabra aan het overhoren was, maar blijkbaar heb ik me daar nog strak doorheen gebluft. Mijn standbeeld wankelt nu, het zwaartepunt bevindt zich bijna buiten het steunpunt op de grond, maar met een ruk trek ik het recht.
'Ik kan het jou nou wel gaan uitleggen' zeg ik 'maar dan leer je weer niks. Pak je boek, zoek het op en onthoudt het nou maar zelf'.

Oef, ik sta nog op mijn sokkel. Maar voor hoe lang nog?

woensdag 9 september 2009

Onwil of onkunde


Wat is erger, niet willen of niet kunnen? Als ouder en leraar een vraag waarmee je dagelijks geconfronteerd wordt. Zo ook de leraar van onze oudste. Situatie: fietssleutel kwijt, dus ook sleutel van locker kwijt waar boek in zat, dus geen boek bij zich in les, leraar boos, straf. Vat u hem? Vast wel.
'Pap' zegt hij 's-avonds. 'Ik vind het niet terecht als ik straf krijg. Ik vergeet gewoon dingen, maar ik moet ook aan zo veel tegelijk denken.' Terechte opmerking, eerlijk ook.
'De leraar wil dat je het niet meer vergeet en daarom krijg je straf' zeg ik. Dat wist hij al. Hij is vergeetachtig, dat wist hij ook al. Wij proberen al jaren hem wakker te schudden, maar hij is een jongen met het hoofd in de wolken. Praten en denken doet hij tegelijk en als hij niet gehoord wordt gaat hij harder praten. Volwassen en ingetogen communiceren is niet zijn ding, rustig nadenken over aardse zaken - zoals: waar is mijn sleutelbos? - is aan hem niet besteedt. Hij is nog jong, gelukkig maar. Moeten we dat bestraffen? Wij vonden tot nu toe van niet.
De volgende ochtend, als hij op de fiets stapt vraagt A. waar zijn sleutel is. Hij wijst op zijn tas en zegt hard, bijna schreeuwend: 'aan het clipje in mijn tas, denk maar niet dat ik dat ooit nog vergeet'. Dankuwel leraar.