Nog net voor sluitingstijd haalde ik mijn pak bij de stomerij. Het stond me uitstekend, want ik was al drie weken, speciaal voor dit moment, aan het lijnen. De stropdas was nieuw, in de voering was een kroontjespen afgebeeld, grapje. Mijn eigen frivoliteitje. Kijk als je Kluun ofzo heet dan kun je je wel wat extravanganters veroorloven, maar als amateurschrijver ken ik mijn plek, ook in mijn uitdossing. Ik scheerde me of ik schoor me, daar kon ik door de zenuwen niet opkomen en de tekstverwerker keurde beiden goed. Ik snijdde me of ik sneed me, vult u zelf maar in en vervolgens stolp of stelpte ik mijn wond. Een rustgevende knuffel van mijn vrouw deed wonderen.
'Doe nou maar rustig en als je Harry Mulisch ziet, doe alsof het een gewoon mens is.' zei ze. Wat een schat is het toch. Bij de bushalte bedacht ik me dat ik het adres niet had. Met mijn mobiel surfde ik naar de site van het boekenbal. 'toegang uitsluitend op uitnodiging' stond er. De buschauffeur stopte en zei : 'we zijn al te laat, stapt u snel in'
'Te laat?' reageerde ik. 'Integendeel, u bent te vroeg. Een jaar te vroeg.'
Rustig liep ik naar huis. Terwijl in Amsterdam feest werd gevierd stortte ik me op hoofdstuk zeven van mijn boek. Nog even doorzetten. Tjielp, Tjielp is dit jaar het thema van het boekenbal. Stom thema, achteraf was ik blij dat niemand me had uitgenodigd.