Ameland, we zijn er als gezin nu zo vaak geweest dat het ons al niet meer opvalt dat we het 'Apenland' noemen en dat dat niet de echte naam is. Als je iets maar vaak genoeg bij de verkeerde naam noemt dan wordt dat de echte. Bij de manege, waar onze dochters elk jaar een keer mogen paardrijden, zoonlief vindt het niet interessant, is al jaren KlukKluk, een bruine pony, favoriet. 'KlukKluk is het mooiste paard van Apenland'.
Ik ken het 20 kilometer lange fietspad van de vuurtoren naar Het Oerd op mijn duimpje. Er staat meestal Oostenwind, ideaal. Ook deze week, de terugreis is dan makkelijker dan de heenreis, die eindigt bij Het Oerd, een zeer passende naam voor het verboden woeste duingebied ten Oosten van de laatste strandpaal. Het fietspad eindigt bovenop een duin en bovenop dat duin kun je nog naar een uitzichtpunt doorstijgen, met een plaquette waarop de bezienswaardigheden (Dokkum, Schiermonnikoog en een boortoren) uitgelegd worden. Er is nu alleen maar mist, maar dat maakt niet uit, ik fiets er toch naar toe. De laatste tien meter zijn stijl omhoog, eigenlijk alleen bedoeld voor wandelaars. Waarom die laatste meters met mijn verzuurde benen toch nog doortrappen? Alleen omdat ik me het voorgenomen heb? Ik kan toch ook onder het duin stoppen, daar mijn bidon leegdrinken en dan wind in de rug naar huis? Maar dan had ik ook bij Buren of bij Nes al kunnen omdraaien, dat kan natuurlijk niet? Waarom niet? Ik had ook niet kunnen fietsen en in het hotel kunnen blijven. Ik had ook niet naar Ameland kunnen gaan, ik had van alles niet of wel kunnen doen, wat boeit het?
Terug in het hotel spuit ik mijn fiets af bij het kraantje achter de keuken van het hotel. Een serveerster komt naar buiten, gelukkig blaast ze haar nicotine niet in mijn richting, mijn longen staan wijd open.
'Lekker gefietst?' vraagt ze. Gezien de stompzinnigheid van haar vraag vermoed ik dat ze het ware antwoord niet aankan, dus mummel ik iets bevestigends.
'Lekker he, het gevoel dat je wat gedaan hebt' voegt ze er aan toe en ze neemt een lange teug van haar stinkstok.
'Ik heb het erg koud, mijn vingers zijn bevroren, ik krijg mijn rits niet open en mijn pikkie is gekrompen tot maatje pink. Zou jij hem even willen vasthouden, ik moet namenlijk ontzetten pissen' had ik willen zeggen en als ze dan boos was geworden had ik gezegd: 'Ik bedoel mijn fiets hoor!'. Maar dat zeg ik allemaal niet, ik eindig ons gesprekje met: 'Ja, lekker'.
p.s. heeft er iemand interesse in een leesverslag van de nieuwe Kluun? Bij drie stemmen voor staat het er deze week nog op.