donderdag 30 april 2009

Het verhaal van de vliegende deur.

De Franse pyreneeen, een van de laatste stukjes ongerepte natuur in Europa. Dacht ik. Als het hier boven de dertig graden is, en dat is het heel vaak in juli en augustus, zit ik aan het eind van de dag op ons balkon. Ik kijk uit over een berg en daarachter ligt de zee. Ik kan de zee dus niet zien vanaf ons balkon en dat is maar goed ook, want dan zou dit huis dubbel zo duur zijn en hadden we het nooit kunnen kopen. Hoera voor die berg dus. Wat ik wel zie, zo rond de tijd dat de zon alleen nog de bergtoppen beschijnt, is een hele grote vogel. Hij vliegt eerst landinwaarts en cirkelt een tijdje boven onze vallei. Zonder ook maar een keer met zijn vleugels te klapperen, althans zo lijkt het vanaf de grond, keert hij terug richting de zee. Wonderlijk, misschien woont hij wel op zee. Ik wijs mijn kinderen elke avond op dit wonder der natuur, al geloof ik niet dat ze het net zo waarderen als ik.
'Ja, pap, een grote vogel, nou en?' zeggen ze.

Ooit heb ik me in een winkelcentrum door een colportagiste laten ompraten om lid te worden van Vogelbescherming Nederland en sinds die tijd krijg ik het blad 'Vogels'. De grote roofvogel die rond borreltijd boven ons huis vliegt staat in dat blad niet vermeld. Omdat ik geen idee heb wat voor beest het is heb ik hem 'de vliegende deur' genoemd. Dat is een beetje overdreven, maar dat komt omdat ik schrijver aan het worden ben en dan mag dat. Ik prijs me gelukkig met zoveel natuurschoon om me heen. Het contrast met de dagelijkse files kan niet groter en had de makelaar destijds gezegd dat in de zomer dagelijks een vliegende deur me een signaaltje zou geven dat ik een glaasje wijn kon inschenken, dan had ik nog meer geboden.

Vandaag wandelen we door het nog verlaten Argeles Sur Mer. Opeens zie ik mijn vogel op een affiche. Wat blijkt, gedurende de maanden juli en augustus is hier een vogelshow met arenden en andere roofvogels en wordt ook mijn grote roofvogel vanaf het strand opgelaten om na tien minuten vanzelf in zijn kooi terug te keren. Komt dat zien, komt dat zien dames en heren, dagelijks om 18.00 uur, kinderen onder de vijf jaar gratis.
'kijk pap, dat aanpakbiljet, dat is je vogel' roept een van de kinderen.
'een grote vogel, nou en?' zeg ik, zo nonchalant mogelijk.
Vandaag zoek ik op internet naar een huisje in de Hymalaya. Ergens moet de ongerepte natuur te vinden zijn.

woensdag 29 april 2009

Sex, drugs en rock and roll

Mijn blog levert mij veel op. In Euro's nul komma nul, wel levert het mij waardevolle inzichten op over welk schrijfseltje werkt en welk niet. Dit blog heet schrijver worden en dat is wat ik aan het doen ben, ik sta in de leerstand. Ik leer dat het ene artikeltje veel reacties oplevert, het andere niet. Sommige artikeltjes krijgen weken later nog hits, andere sterven eerder. Ik publiceer hier de zes regels van de blogger, gebaseerd op een paar maanden ervaring, met als resultaat dat ik op sommige dagen wel 15 (vijftien!!) hits krijg:

1 - ververs dagelijks, maak je lezers verslaafd, zorg dat ze terugkomen.
2 - elk verhaal, dus ook elke blog, heeft een punt, een bedoelingkje. Zomaar wat wegbloggen is niet ok.
3 - maak je eigen rol in het verhaal klein en bescheiden. Je boosheid afreageren bijvoorbeeld op een huisarts die je anderhalf jaar lang met buikpijn laat rondlopen is niet ok. Het wekt de indruk dat je gefrustreerd bent en je wekt geen sympathie.
4 - zorg voor de juiste tags (zoekwoorden), een goed plaatje en de juiste titel van je blog. Zo koos ik vandaag voor de titel 'sex, drugs en rock and roll' en een mooi plaatje. Het slaat nergens op in dit verband, het is om iets aan te tonen, namenlijk dat u dit blog leest, klopt he?. Sorry.
5 - niet te serieus. Dus is de blog van vandaag mislukt. Tenzij u zelf blogt.
6 - doe een belofte: bv: morgen komt er iets heel leuks, speciaal voor francofielen.

dinsdag 28 april 2009

Martin Bril had hier moeten wonen


Om eerlijk te zijn, ik ben eerlijk want ik heb niets te verbergen, ik vond de stukjes van Martin Bril een beetje saai. Mag dat, posthuum een negatieve recensie geven? Laat ik vooropstellen dat ik het met alle respect bedoel. Toen wij een 'residence secundaire' aan de Franse kust betrokken kreeg ik van een zus een boekje met Franse verhalen van Martin Bril. Hij schreef hierin over een stokbrood of over een postbode met wie hij een praatje maakte (twee hoofdstukken) en nog zo wat zanderige verhalen. Niet mijn stijl, wel heel erg knap, want het boeide toch, ik las het uit en voelde me een beetje Frans en gepensioneerd.

Als je schrijver wil worden moet je van andere schrijvers leren. Bril was uniek in zijn kleine observaties, zegt zijn vrind Bart Chabot. Die gaf in De Wereld Draait Door ook eerlijk toe dat Bril het een gemis vond dat hij geen oeuvre aan romans had nagelaten. Tjonge, wist ik niet, niets blijft prive op TV.

Ik besluit vandaag op zijn Brils te gaan. Er zal vast iets kleins gebeuren in ons straatje, zodat ik mijn blog kan vullen. Ik loop naar buiten, misschien wordt er net een wormpje uit de grond getrokken door een vogeltje, je weet maar nooit. Ons huis staat op een heuvel en voor de bocht in de weg staan aan onze kant nog twee huizen. Vier jaar geleden was mijn buurman bezig een curieus huis te bouwen, de cementmolens draaide elke dag, een aftandse caravan op de bouwplaats diende zolang als woning. Dat duurde drie jaar, toen was zijn vrouw het zat en vertrok. Mijn buurman was ook blut, dat helpt niet echt als je je vrouw en je huis op orde wilt houden. Dezelfde zomer overleed de man van het huis ernaast. Drama in onze rustige vallei.

Ik sprak mijn buurman vandaag en ik merkte op dat zijn auto op de oprit van de weduwe stond. 'Ah, l'amour', zo legt hij uit, 'l'amour die kent ondoorgrondelijke wegen en ik ben nu met de buurvrouw'.
Ik feliciteerde hem met zijn nieuwe geluk.
Had Martin Bril hier maar gewoond, dacht ik, bij ons in de straat gebeurt genoeg voor een roman of drie.

maandag 27 april 2009

Het italiaanse woord voor talent is: Ammaniti

Ik ben in een groot, gemeen en listig complot getrapt. Ik ben zo dom, zo ongehoord dom geweest dat ik me schaam om er in mijn blog over te schrijven. Geen zorgen, ik zal geen detail overslaan. Inderdaad, schaamteloos schrijven, Paul Sebes, mocht je meelezen, ik ben het niet vergeten. Dus, ondanks de schaamte, hierbij mijn relaas.

Ik ging naar de Bruna, het geld voor een mooi nieuw leesboek brandde in mijn zak. De Bruna is niet mijn favoriete boekhandel, dat is Voorhoeve aan de Kerkstraat, maar dat doet er helemaal niets toe. Ik zoek mijn boeken met zorg uit en dat kan best bij de Bruna. De Bruna is efficient en tijdloos. Voorhoeve is chique en ik ken de eigenaar persoonlijk, waar heb je dat nog? Bol.com dat is meer een vluggertje, snel, lekker maar geen diepgang. Ik dwaal alweer af, dat komt omdat ik me schaam voor mijn eigen domheid. Ik kom to the point.

Op een stapel lag een boek van de voor mij onbekende schrijver Niccolo Ammaniti. Mooie kaft en het speelt aan de kust, ideaal als je een boek zoekt voor een verblijf aan, weliswaar een andere, kust. Ik speelde met de gedachte het te kopen, maar de concurrentiestrijd die het in mijn hoofd voerde met andere titels was nog niet beslecht. Tot ik de voorkant las. Zowel Saskia Noort, Herman Koch als Kluun zelf zijn lyrisch over dit boek. Ik twijfelde niet langer en ik kocht het.

Thuis lees ik achter op het boek dat het italiaanse woord voor talent Ammaniti zou zijn (aantoonbaar onjuist, zie boven), dat The Times dit beweert (ik zoek op de website van the times, nul hits) en bovendien ontdek ik op de site van Nightwriters dat de drie aanbevelende schrijvers samen in zaken zitten. AHA. Het muntje valt. De drie bekende koppen hebben een oud, verdord manuscript uit de stapel 'onverkoopbaar' bij een uitgever gevist, er een naam en hun aanbevelingen opgeplakt en het voor een stinkend bedrag in de Bruna laten leggen. Het geld verdwijnt vast direct in hun eigen zakken. Ik ben gefopt. Ik had het moeten weten, een italiaanse naam, de mafia komt toch ook uit Italie.

Dan valt mij een duivels plan binnen. Ik glimlach. De kaft van mijn eigen boek. Ik laat er op zetten dat de filmrechten van het boek al aangeboden zijn aan alle grote Hollywood studio's. (door mijzelf, per mail, stiekem). Dat het verhaal al velen inspireerden hun leven drastisch te veranderen (mijzelf, mijn moeder en misschien nog wel iemand) en dat de schrijver in sommige landen vanwege zijn populariteit niet meer de straat op kan. (Disneyland, vermits ik verpakt ben in een Micket Mouse outfit). Geniaal plan, al zeg ik het zelf. Weer wat geleerd dit weekend.

vrijdag 24 april 2009

Medicijn tegen alles

Het is opmerkelijk dat als je een ziekte hebt gehad met een moeilijke naam, zo moeilijk dat je er voordat je er aan leed nog nooit van had gehoord, er opeens allerlei mensen naar je toekomen die het ook hebben gehad. Of die een familielid, buurman of kennis hebben die het heeft gehad. Die gesprekken gaan zo:

'Jij had toch pancreatitis?' vraagt de mij soms nauwelijks bekende man of vrouw op bijvoorbeeld het schoolplein, langs het voetbalveld of op kantoor. De situatie is elke keer anders, de vraag steeds hetzelfde. Mijn antwoord ook, ik antwoord elke meer met 'Ja, inderdaad, hoezo?'. En dan volgt meestal een relaas over iemand anders met een genezen pancreatitis die bijvoorbeeld nooit meer alcohol mocht drinken van de dokter, of van iemand die pancreatitis had maar eigenlijk kanker, echt heel erg en die is nu dood of van iemand, een grote Groningse man, altijd in de tuin aan het werk en heel gezond met van die blozende wangen, maar die nu nog slechts met een dekentje om zijn lijf achter het raam zit en kruiswoordpuzzeltjes invult.

Meestal hebben de slachtoffers van degenen die mij aanspreken het veel slechter getroffen dan ik. De logica daarachter begrijp ik ook, mij wordt impliciet verteld hoeveel geluk ik heb gehad en dat het leven ook zo veel slechter kon zijn. Het is een troost. Stel dat iemand mij zou zeggen dat een zwager van zijn buurman van zijn collega ook pancreatitis had, maar gewoon doorwerkte als bijvoorbeeld verhuizer, met af en toe een paracetamolletje. Dan zou ik me inderdaad flink afgezeken voelen ja.

Mijn wederverhaal is steeds hetzelfde. Ik ben er vrij snel weer van af, vanwege mijn medicijn. Het is een medicijn tegen alles. Heb je zelf een kwaal? vraag ik dan. Of heb je geen kwaal, maar wil je preventieve medicatie? Doe mij na. Sinds twee weken slaap ik elke dag in de middag. Het kantoorwerk blijft wat achter, maar de voordelen wegen hier ruim tegenop. Je gaat na de lunch naar bed, doet de gordijnen precies zo dicht dat er een klein kiertje van het heerlijke zonlicht binnenschijnt, dit om de contrastwerking te verscherpen, je trekt de dekens tot aan je neus en je snurkt een uurtje. Bijkomend voordeel: niemand spreekt je zomaar aan als je in bed ligt, als je tenminste je telefoon uitzet. Slaap lekker!

donderdag 23 april 2009

Ik en de verteller

Ik ben mijn manuscript aan het herschrijven en, om alle vormen van vreemde perspectief-wisselingen te vermijden, schrijf ik het geheel in de ik-vorm. Dan vallen er opeens een aantal puzzelstukjes op zijn plek. Een monnikenwerkje, want misschien komt het straks wel weer terug in de derde persoon. Dubbel werk, maar dan zijn wel alle foutjes eruit. Alle creativiteit is nu uit mij gewrongen, excuses. U, als bezoeker van mijn blog, lijdt hier onder. Ik kom vandaag alleen nog maar tot wat woorden, de fut is eruit. Morgen hopelijk weer een verhaaltje. sorry.

De warmte van de zon
De geur van het gras
De koe in de wei
De wind in mijn haar
Woorden zijn mooier dan zinnen,
gedachten mooier dan woorden,
gevoel mooier dan denken.

woensdag 22 april 2009

Hoera. ik ben iets!


Nog maar net hersteld van mijn ernstige non-terroristische aanslag op mijn lichaam zit ik in de auto te waterboarden. Ik weet niet precies wat het is, maar volgens de CIA en Dick Cheney ga ik vanzelf bekennen, mocht ik toch terroristische motieven gehad hebben om mezelf een ziekte te geven. Na een half uur ben ik nog steeds niet doorgeslagen, gelukkig, ik ben dus geen terrorist.

Direct erop bedenk ik dat ik misschien beter wel een terrorist had kunnen zijn. Mijn schrijverscarriere zou een enorme impuls krijgen. Stel u leest de achterflap van een boek in de winkel en u ontdekt dat de schrrijver van het boek een terrorist is! Wauw, dat boek wilt u hebben. Maar ik ben niks. Een kantoorpikkie dat in de file staat. Een gewone man, met een vrouw, drie kinderen en een Opel Kadett. Ok, dat laatste niet, maar zo voelt het wel.

Vol zelfmedelijden pruts ik met de autoradio. Een item van BNR over een zeldzame, verschrikkelijke afwijking, een waarvan de lijders in een ernstig sociaal isolement terecht kunnen komen. Ik zet het volume hoger en herken mezelf. Ik word gelukkig. Ik heb iets, eindelijk. Iets unieks. Mijn profiel als schrijver is compleet. Ik ben Mucofagist. Klinkt ook lekker vind ik. Als iets heel ernstigs. Let op, doe even of u nog nooit van mij gehoord heb en beoordeel de volgende zin:

Michiel Cobben, zakenman en mucofagist, schreef een boek, geinspireerd op zijn eigen belevenissen. Nou, vindt u ervan? Klinkt goed toch? Nog even en ik ben eindelijk schrijver geworden.

dinsdag 21 april 2009

Te laat, dat wordt bloeden!

Vroeger, lang geleden, toen V. en ik nog knikkerden langs het schoolplein in plaats van onze hoofden leeg te schrijven, toen de PvdA nog gewoon links was en de VVD rechts, toen de mevrouw van de Boerenleenbank met een vulpen in januari je nieuwe saldo in je spaarbankboekje opschreef en je zelf nog moest schrijven met een kroontjespen, toen had je nog bibliotheekkaarten. Als je een boek leende van de bibliotheek kreeg je een stempeltje op je kaart en als je dan je boek te laat terugbracht (ik bracht al mijn boeken te laat terug) dan kreeg je een boete.

Er is sinds die tijd veel veranderd. Maar de boete voor het te laat terugbrengen van biebboeken is gebleven, al krijgen de kinderen tegenwoordig een SMS als het boek bijna te laat is. Niet dat het helpt overigens. Ik heb gisteren lang over die boete nagedacht. Ik ben tot de conclusie gekomen dat de Nederlandse bibliotheken commercieler zijn dan de ECI, Boek en Plaat en Bol.com bij elkaar. Ga maar na: een boek betalen en ook nog terug moeten brengen en dat al zo lang als we ons kunnen herrineren.

Waarom kom ik op deze gedachte? Omdat ik gisteren een GRATIS verhaal aanbood op mijn website. Een mooi verhaal. Politiek, koningshuis, romantiek en een verassend plot, het zat er allemaal in. En wat denkt u? Hoeveel mensen schreven in (nogmaals, het was gratis...)? Inderdaad. Nul. Terwijl de bezoekerteller van mijn weblog toch het dozijn aantikte. Dus doe ik het anders. Vanaf vandaag is het verhaal 'Een weekend in Sevilla' uitsluitend te lezen na overmaking van vijf euro (in een envelopje opsturen mag ook) op rekening P. 347609 t.n.v. het Centraal Justitieel Incasso Bureau te Leeuwarden, onder vermelding van 'vooruitbetaling boetes Michiel Cobben'. Hierbij de eerste regels van het verhaal om je alvast lekker te maken. Bestellen dus, die vijf euro is een koopje:

Een weekend in Sevilla

Op het Plaza de Espana in Sevilla liep prins Emmanuel van België. Hij had een stevige kater en overwoog om een van de vele barretjes binnen te lopen en met een of twee biertjes van zijn favoriete merk San Miguel de nadorst te bestrijden. Hij verdreef die gedachte en besloot een paar uur te gaan slapen in het hotel voor hij zich bij de rest van zijn familie zou voegen. Hij had zijn vader beloofd dit weekend zijn best te doen en hij wilde zich aan die belofte houden. Dat zou geen geringe opgave worden, het keurslijf van de Koninklijke familie viel hem zwaarder dan zijn twee zussen en zijn broer Gabriel..... '

maandag 20 april 2009

Wedstrijdje?


In het leven van amateurschijvers, voorlopig zal ik mezelf in het leger der amateurschrijvers indelen, tellen schrijfwedstrijden. Daarvan zijn er een flink aantal, klik hier maar eens. Ze tellen ook voor uitgevers, die uit het leger der amateurschrijvers artistiek talent proberen te recruteren. Lui als deze uitgevers zijn letten ze op de prijswinnaars. Ik neem aan dat uitgevers lui zijn, ze doen er een half jaar of langer over om een manuscript te beoordelen om vervolgens tot de conclusie te komen dat ze 'het graag nog even in portefeuille houden'. Dat ze nog geld verdienen is een wonder, hoewel, ze hoeven maar op de schrijfwedstrijden te letten en het talent dient zich op een presenteerblaadje aan. De jury's van de schrijfwedstrijden nemen de uitgevers het werk uit handen.

Afgelopen jaar deed ik mee aan een aantal wedstrijden. Ik was winnaar van 1000 woorden van de VPRO, medewinnaar - tot mijn grote verassing - van een verhalenwedstrijd over misdaad van uitgeverij Pamac, maar veel vaker verliezer. Als ik dan de winnende verhalen las vond ik zonder uitzondering mijn verhaal beter. Dat vinden alle amateurschrijvers, daar schrijven ze zelfs fora over vol. Mijn conclusie is dat de uitslag van een schrijfwedstrijd meer over de jury dan over het ingezonden werk zegt. Deste erger vind ik het dat mijn verhaal 'een weekend in Sevilla' geen laureaat van 'kulturele kring ambrozijn' te Ieper (B) heeft gekregen. De jury bestond uit Vlaamse uitgevers. Oei, dat doet pijn.

Als je 'een weekend in Sevilla' gratis wil ontvangen stuur dan een mailtje naar michielcobben at gmail punt com (excuses voor de fonetische omschrijving, mijn broer de spammer adviseert om e-mail adressen zo weer te geven). Het is een spannend politiek liefdesdrama dat zich in koninklijke kringen afspeelt. Inclusief verassende ontknoping. Ik publiceer het niet op deze website omdat gepubliceerde verhalen niet ingestuurd mogen worden voor schrijfwedstrijden en ik dit verhaal graag eens in de rebound gooi.