woensdag 12 januari 2011

Wat is er leuk aan fietsen?

Behalve bloggen, mailtjes naar mijn personeel sturen dat ze door moeten werken, mijn gezin lastig vallen en met de hond wandelen, houd ik me bezig met fietsen. U vraagt zich af waarom en dat doe ik zelf ook. Waarom ga ik op zondagochtend, notenbenen de enige ochtend waarop ik met toestemming van mijn omgeving uit mag slapen, bij 1 graad boven nul op een fiets zitten, vier uur lang door de bagger en de smeltende sneeuw achter mannen aanfietsen die veel harder kunnen om bij drie graden boven nul weer thuis te komen.
'Het lekkerste moment van de fietsochtend is je fiets weer in de garage zetten, die modder van het gezicht afdouchen, de hele zondagmiddag naar de 10 km schaatsen kijken en daar dan een beetje bij in slaap vallen' zei een fietsmaat, toch een ontwikkeld man met vele interesses.
'Dat kan je toch ook doen zonder eerst te fietsen?' hield ik hem voor.
'Jij denkt teveel na' zei hij.

Ik denk dat hij gelijk heeft. Ik fiets gewoon, vind het zwaar maar leuk. Waarom? Geen idee.
Bijgaand een plaatje van de trip van afgelopen zondag. Als je erop klikt zie je nog meer info, waaronder mijn hartslag. Niet schrikken, ik vind het leuk. Echt heel leuk. Echt waar. Echt.

donderdag 6 januari 2011

En de Oscar gaat naar ... het testbeeld

Waarom moet alles nuttig zijn? Waar is de tijd gebleven dat een mens nutteloos, onderuitgezakt, beweging- en gedachtenloos onderuit mocht hangen? Politie-agenten zijn te druk om het Boerkaverbod te handhaven, de strooidienst is te druk met de snelwegen om mijn straat schoon te houden en er zijn maar liefst 49 kanalen op mijn TV waar ik uit kan kiezen, maar op geen enkel is het stilstaande testbeeld te zien. Mijn enige ontsnapping uit het eeuwig maar bezig zijn is het wandelen met een hond over de hei. Maar ook daar wordt aan geknabbeld, want dat beest heeft ontdekt dat hij stokjes voor mijn voeten moet leggen, zodat ik ze weggooi en hij er achter aan kan rennen. Ook hij wil bezig zijn, iets nuttigs doen, besmet als hij is door ons mensen. Als zelfs een hond niet meer nutteloos durft te zijn, waar moet dat dan heen in 2011?

Ik pleit voor een uur per dag testbeeld kijken, verplicht voor iedereen, mens en dier. Ik ben ervan overtuigd dat niemand zich dan meer druk maakt over boerka's, gladheid op de weg of andere bijzaken. Als je geen idee hebt wat de hoofdzaak is, is alles bijzaak. En je weet pas wat de hoofdzaak is als je een uur per dag (minimaal) in rust met jezelf doorbrengt. Een testbeeld is daarbij een nuttig hulpmiddel, maar als voor jou het aanschouwen van de wolkenhemel of het groeien van het gras ook werkt, kan dat natuurlijk ook. Misschien is het uur rust per dag dan opeens de hoofdzaak.

dinsdag 4 januari 2011

Naarstig op zoek.

Op nu.nl lees ik dat mijn club PSV 'naarstig' op zoek is naar geld. Het bericht blijkt overgenomen uit het NRC en is gebaseerd op het allang gepubliceerde jaarverslang van de Philips Sporters. Oud nieuws dus, blijkbaar heeft men in Rotterdam de smaak van het schrijven over voetbalclubs in financiële problemen te pakken en die ervaring zet men nu breed in. Als ik zelf naar de cijfers kijk zie ik geen reden waarom PSV dringend, gehaast, met extra ijver of in een andere betekenis van het woord naarstig op zoek moet naar geld. Ja, als het zo door gaat, dan is de kas ooit leeg, analyseert de NRC heel knap. Als je die redenering doortrekt is elke voetbalclub naarstig op zoek. Sterker nog, elk bedrijf en elk persoon zou dan naarstig op zoek moeten naar geld. De kas van PSV is nog voor een jaar gevuld, terwijl de bank en sponsor Flipse al hebben toegezegd door te willen gaan. Menigeen die nog niet naarstig op zoek is naar geld staat er minder rooskleurig op lijkt me.

Ik ben op het verkeerde been gezet door het woord 'naarstig'. De premier van Pakistan is 'naarstig' op zoek naar bondgenoten om de Taliban uit zijn land te jagen. Daar worden dagelijks mannen koppen kleiner gemaakt en het geweld neemt toe. Ok, dan ben je naarstig op zoek. Kun je, behalve zoeken, ook iets anders 'naarstig' doen? Stel, je krijgt onverwachts bezoek, kun je dan 'naarstig' je huis opruimen? Stel, het is bijna 1 april, kun je dan 'naarstig' je belastingaangifte invullen? Deze twee voorbeelden  klinken mij niet logisch in de oren, maar zijn dat geldige argumenten om het woord 'naarstig' in dit verband als foutief te kwalificeren?

'Naarstig' - je kan er zomaar heel druk mee zijn. De oneindige mogelijkheden van het woord worden niet ten volle benut en dat is jammer. Waar is de Roman, getiteld 'De naarstige man', het café 'De naarstige dorst' of voetbalclub 'de naarstige trappers'?

maandag 3 januari 2011

Story of my life

Hoch-tief, hoch-tief, de benen zo gebogen dat de knieen boven de tenen staan, het bovenlichaam strak en de schouders evenwijdig aan het dal. Ooit haalde ik de zevende plek van een slalomwedstrijd met dertig deelnemers, mijn finest hour in de sportwereld, naast uiteraard het behalen van het kampioenschap met Jongens C3 van de hockeyclub HTCC aan de Oirschotsedijk te Eindhoven. Zoals gebruikelijk ben ik als eerste beneden en sta te wachten tot de rest van mijn gezelschap zich bij mij meldt onderaan de stoeltjeslift. Terwijl ik kijk hoe de rest naar beneden skiet, heb ik tijd om na te denken. Onderwerp van gedachte is de keuze of we nogmaals omhoog gaan met de lift, of dat we, ook leuk, ons melden aan de bar voor een mok warme choco of een glas gluhwein. Nogmaals omhoog levert een heerlijk rustmoment op, met een beetje mazzel zit er niemand naast je en is er stilte, sporadisch afgewisseld door het zachtrollende geluid van je stoeltje over de geoliede kogellagers. Direct naar de bar rennen heeft ook voordelen, niets is zo lekker voor je voeten als het uittrekken van je schoenen na een dag skiën. Ongeveer zoals roken alleen maar lekker is omdat je je ontwenningsverschijnselen opheft als je er weer een opsteekt. Of zoiets, daarvoor verwijs ik naar Allen Carr, die er een heel boek over doet om deze ene gedachte uit te leggen. Op zich knap, een heel boek wijden aan een enkele gedachte. Ik heb dagelijks, pak hem beet, vijftig orginele gedachten, maar nog geen enkel boek op mijn naam staan. Ik zal nu snel moeten beslissen, of nog een keer omhoog, of naar de choco-gluhwein-bar. Lastig dillemma. Misschien moet ik een boek over het maken van keuzes gaan schrijven.
'Hé slome, word eens wakker' wordt er naar me geroepen. 'We gaan nog één keer met de stoeltjeslift en dan naar de bar. We hebben je allang ingehaald'
Ik ski naar ze toe.
'story of my life'  geef ik direct toe.

Oh ja, gelukkig nieuwjaar allemaal!

woensdag 22 december 2010

Een kerstverhaal

'Meneer Cooge, u werkt niet mee. Mag ik u er op wijzen dat het Kerstmis is?'
Ebemichiel Cooge wreef over zijn ongeschoren kin. Kerstochtend was de enige ochtend in het jaar dat hij zijn kin niet schoor. En waarom eigenlijk? Waarom was kerst niet een dag als alle anderen? De mensen slapen uit, geven elkaar cadeau's, eten zich tot boerens vol en zuipen zich lam. Wat ze ook doen, ze zijn economisch niet productief en Cooge heeft geen andere keuze dan zich erbij neer te leggen. Zijn enige daad is dat hij zich niet scheert deze ochtend. Eigenlijk is dus zijn kerstactie dat hij iets niet doet. Het afwezige benadrukt het volgens de verwachting wel aanwezige. Zijn aanwezige baardstoppels zijn de schaduwen van zijn afwezige scheermes. Maar laten we niet te filosofisch worden.

Cooge is bezocht door de geest. Een nacht lang is hij meegevoerd langs het verleden, het heden en de toekomst. Hij heeft de voedselbanken gezien, hij heeft geluisterd naar de klaagzang van de hongerige weeskinderen, hij bezocht het kerstdiner van zijn familie, waar met minachting over hem werd gesproken.
'Kerstmis, meneer Cooge' drong de geest aan 'de bedoeling is dat u nu zo'n beetje tot inkeer zou moeten komen.'
De geest keek op zijn horloge en trommelde ongeduldig met zijn vingers op de leuning van het houten ledikant.
'Ik moet nu weer zo'n beetje wieberen' voegde de geest eraan toe 'dus graag een tranendal inzetten en begin maar vast met uw geld weg te geven'.
'Mijn geld weggeven?' riep Cooge. 'Geen denken aan. Dat hulpje van mij, die Cratchit, die zal ik maandagochtend direct ontslaan. Blijkbaar ben ik een slechte baas en zijn alle andere bazen veel beter voor hun personeel. Ik zal een warme referentie voor hem schrijven en een vervanger aannemen die wel blij is dat hij door mijn salaris niet in het armenhuis zit. En mijn klanten? Betalen zullen ze, godverdomme. Ja ik weet dat het kerst is. Betalen zei ik. Als ze dat niet kunnen gaan ze maar failliet, daar heb ik meer last van dan zijzelf. Ik steun ze al veel te lang. Als je mij mijn geld laat weggeven, dan is volgend jaar kerst iedereen aan de bedelstaf. Ik ben een van de weinigen die de economie draaiende houdt en zijn belasting betaalt. Waarom moet ik meer doen? Ik doe al genoeg, dat stelletle lamlullen moet maar ... uche, uch,chh...'
Cooge verslikte zich en de geest schonk een glaasje water voor hem in.
'Als ik het goed begrijp bent u geheel voor de vrije Economie en vindt u het betuttelend om de armen te helpen en bovendien contraproductief. En als er iemand dankbaarheid verdient, dan zijn het juist de hardvochtige, keiharde zakenmensen?' concludeerde de geest.
'Inderdaad, en de uitkeringen moeten omlaag en het ontslagrecht? Waarom is daarover niks opgenomen in het regeerakkoord? Zachte heelmeesters maken stinkende wonden' aldus Cooge, die het gevoel had dat die opmerking wel pastte in zijn betoog, al wist hij niet precies hoe.
'Tsja, ik zal met mijn superieuren, God, Petrus en de engelen overleggen en dan meld ik me volgend jaar weer. Ik zal wel een negatieve aantekening krijgen tijdens mijn functioneringsgesprek en mijn Persoonlijke Ontwikkelings Plan kan naar de prullenbak' verzuchtte de geest.
'Ze zouden je moeten promoveren' zei Cooge. 'En neem volgend jaar een nieuw scheermes voor me mee. Dit is al het vijfde jaar dat je zonder kado aankomt'.

dinsdag 21 december 2010

Ho Ho Ho, merry X-mas!


Personalize funny videos and birthday eCards at JibJab!

zaterdag 18 december 2010

Oproep

Wat is de definitie van vriendschap? Mijn poging: vriendschap houdt in dat twee mensen elkaar allereerst goed kennen, elkaar vertrouwen en bij elkaar zichzelf kunnen zijn, de maskers mogen af. Sterker nog, je zet geen masker op, je gedraagt je bij een vriend zoals je gevoel dat ingeeft, wars van conventies of van oordelen over je gedrag. Een wind laten bij een vriend? Ja dat kan, net als een compliment geven dat hij 'een lekkere stinkerd' heeft geproduceerd. Een succesje melden en om een complimentje vragen? Ja, kan ook, maar belangrijker nog, als het minder met je gaat moet je bij een vriend om advies of heel concrete hulp kunnen komen. Vriendschap moet ook expliciet uitgesproken zijn, je moet elkaar ooit als vriend hebben benoemd en dat ook niet meer ter discussie stellen. En ten laatste maar niet onbelangrijkste punt, een vriend laat je niet vallen. Nooit.

Beetje lange definitie, weinig empirisch van opzet, maar ik lees hem nog eens door en ik denk dat ik er wel zo'n beetje ben met deze beschrijving. Valt je op dat van een mininale contactfrequentie in mijn definitie geen sprake is? Al zie je iemand jaren niet, dan nog kan een vriendschap in tact blijven.

Iemand die zelfmoord pleegt is definitief geen vriend meer, maar misschien zelfs nooit geweest. Of jij was geen goede vriend, want je had niet door dat die ander toneelspeelde. Hoe dan ook, de vriendschap was er eigenlijk niet. Of hij was er wel, maar wordt zonder opzegtermijn beeindigd, zonder mogelijkheid tot herkansing. Of klopt mijn definitie niet? Ik kom er niet uit, zeer frustrerend.
Het afgelopen jaar heb ik tweemaal meegemaakt dat iemand die ooit voor 100% in bovenstaande definitie van een vriend viel een einde aan zijn leven maakte. Met 2011 voor de deur hierbij een oproep: ben je een vriend van me volgens welke definitie dan ook, sta je met een strop om je nek en op het punt de keukenstoel onder je weg te trappen? Bel me. Het mag midden in de nacht (niet bij voorkeur) en ik neem je niks kwalijk. Maar ik wil dit volgend jaar niet nog eens meemaken.

Deze oproep klinkt bij nalezen zakelijk maar geloof me, het komt voort uit verdriet, woede, wanhoop en bovenal frustratie. Ik weet dat ik (in beide gevallen) veel minder bedonderd ben dan diegenen die echt dicht om de persoon heen stonden, maar ik wil hier oprecht een, al is het maar klein, steentje bijdragen aan de overtuiging bij iedereen dat ook geestesziekten eindig zijn en dat er licht is als je denkt volledig in het donker te leven. Oproep geldt ook voor vage kennissen, trouwens voor iedereen.

donderdag 16 december 2010

al dat geblog

Als je veel schrijft ben je ijdel. Harry Mulisch was niet ijdel, die was überijdel, elk bestaand woord dat ik zou gebruiken zou onrecht doen aan de hoeveelheid ijdelheid in het karakter van de man. Ik ontdek dat elke kunstenaar ijdel is, van de karikaturentekenaar die op het Rokin in de zomer voor een tientje een kwartiertje met houtskool in de weer is, tot de best betaalde acteurs, schilders en uiteraard schrijvers. Zeker schrijvers, dat zijn de grootste ijdeltuiten. Ik merk dat ik de laatste tijd terugval in de behoefte om elke dag een gedachte te verwoorden op dit blog. Word ik minder ijdel? Of ben ik uitgeluld? Is mijn midlife crisis voorbij? Ga ik weer volledig terug naar de wereld van het snelle geld en de witte wijn lunches?

Begin van dit jaar schreef ik over een dispuutsgenoot die een einde aan zijn leven maakte. Ik kon er pas wat mee nadat ik exact opschreef wat het met me deed en hoe het voelde. Zonder blog vooraf had ik niet naar de begrafenis gekund.
Vrijdag heb ik weer een begrafenis, weer een zelfdoding en weer een oude vriend. Hij was een geniaal mens, ik heb nog nooit iemand gekend die zo belezen en tegelijk zo humoristisch als ongekend adrem was. Die durfde te confronteren, ten koste van alles. Met oud en nieuw liet hij bijna bij zijn kind van 9 een sigaret roken, omdat de daaropvolgende misselijkheid de ultieme leerervaring zou zijn. Ok, ik zei bijna. En we waren dronken.
Gaat dit blog nou over mij, of over hem? Was hij maar wat ijdeler geweest, volgens mij is ijdelheid de redding van je ziel. Wie nog wil scheppen en wie nog wil vermaken, die wil gezien worden door anderen. Die heeft bewijsdrang, is ijdel, pakt door en stopt niet.
Ik las zijn boeken, ik bewonderde hem. Mijn verstand, maar ook mijn hart staan stil. Mijn conclusie: ik zal weer wat vaker bloggen. Adieu Rolph.

maandag 6 december 2010

Een rapportcijfer

Opeens wordt mij gevraagd het leven een rapportcijfer te geven. Een veel intiemere vraag dan dat kun je iemand niet stellen en degene die er een workshop mee opent en met deze vraag aftrapt om zijn toehoorders een beetje interactief te krijgen zou van mij geen antwoord krijgen. Maar degene die het me vroeg heeft daar wel alle recht toe en ik zal mijn rapportcijfer ook delen met het publiek op mijn blog. Die kennen mij beter kennen dan wie ook.

Welnu, ik splits het cijfer op in onderdelen en kom dan met een eindcijfer.
Allereerst eten en drinken, dat geef ik een tien. Slechts zelden is het bedorven, slechts zelden wordt het zo laat opgedient dat ik te veel honger heb om er echt van te genieten en slechts zelden is het anders dan de dag er voor, iets waar ik een hekel aan heb. Een keer in mijn leven ben ik van eten verandert, het beviel maar matig.
Dan mijn huisgenoten. Die geef ik een acht, geen tien, omdat ze me soms wakker maken of opsluiten en daar ben ik niet van gedient.
Dan andere beesten. Een zes. Maak het gemiddelde een acht.
Ik licht het toe. Eerst gaf ik andere beesten een 10, maar na vandaag is daar een slechte ervaring bijgekomen, kijkt u maar.