woensdag 14 april 2010

Ik moet doen alsof

'Moet u niet verderop in de straat zijn?' vraagt de man aan mij. De uitdrukking op zijn gezicht staat op verbazing, maar dat kan fake zijn, want de man is toneeldocent.
'Nee. ik ben buis' antwoord ik. Als amateurschrijver stoei ik soms op leuke manieren met woordjes. Buis is het tegenovergestelde van abuis.
Ik kan me zijn verwarring voorstellen. Ik heb hem net uitgelegd over de regelmatig terugkerende discussie tussen mij en mijn ega. Zij verwacht van mij een geinteresseerde houding als het over huishoudelijke zaken gaat, zoals de etenskeuze van de avond, of van morgen of volgende week. Mij boeit het niet, dat merkt ze en dat is lastig.
'Weet u het zeker?' vraagt de man. 'de relatietherapeut verderop op nummer 19 heeft een uitstekende reputatie'.
'Nee' zeg ik en ik leg het hem nog een keer uit. 'Ik moet doen alsof het me interesseert. Dus u vraagt: 'zullen we Chinees halen of zelf koken als de buren komen eten?' en ik ga dan geinteresseerd proberen over te komen.'

De man doet wat hem gevraagd wordt en ik kijk geinteresseerd, althans ik doe mijn best.
'En?' vraag ik 'wat vondt u ervan?'
'Je fronst, dat is heel goed, maar veel te ernstig' doceert hij. 'Probeer dit eens'.
Hij neemt zijn kin tussen duim en wijsvinger en wrijft. Ik doe hem na.
'Heel goed' zegt hij nu. 'Je hebt talent. Weet je zeker dat je nooit eerder aan toneel hebt gedaan? Nu nog je lichaamshouding. Gooi je schouders eens los!'

Een aangename en welbestede middag, aan te raden voor iedereen.

dinsdag 13 april 2010

13 jaar

Gisteren werd ons oudste kind 13. Ze zeggen dat dat een zware leeftijd is voor de ouders, maar daar ben ik het niet mee eens. De bevalling is voor een moeder het zwaarst, de rest is kinderspel. Ook voor vaders zijn de eerste uren van het leven van een kind het zwaarst. Eerst komt de verloskundige op je af. Of je even ergens anders wilt gaan staan want je staat voor de ladenkast waar de doekjes, speentjes en andere prullaria inzitten. Een uur later komt je schoonmoeder al op bezoek. Of je even thee wilt zetten, of nee toch maar koffie, en beschuiten smeren graag. Het gevoel 'in de weg te staan' nestelt zich in je hoofd, heel, heel erg zwaar is dat.
'Gaat dat gevoel ooit weer weg?' vraag je als je in de kroeg die avond de geboorte van je zoon viert en grootvaderlijk advies krijgt van een man in een bruine regenjas en een drankkegel.
'Jazeker' zegt deze. 'na ongeveer 18 jaar gaan ze op kamers en dan is het huis weer van jou'
'Niet' zegt een lange slungel in een zwarte leren jack. 'het kan sneller. ga scheiden, dat heb ik gedaan'
'Gelul Jacobse' zegt de vieze man en nu herken ik ze opeens. 'Jij bent gaan scheiden, maar nu heb je in je nieuwe mokkeltje ook een kind gefrot. Lul de behanger!'

Dat is dan wel het voordeel van het vaderschap, je spreekt nog eens iemand.

maandag 12 april 2010

zonder plaatje vandaag

Op de snelweg haal ik een Porsche in met een sticker op de bumper van zijn auto: 'Mijn andere auto is ook een Porsche'. Een porscherijder met humor is zeldzaam, de meeste lui die in zo'n ding zitten nemen zichzelf en hun wereld veel te serieus. Ze denken dat hun eikel net zo mooi glimt als het gepoetste blik, maar ze zijn in de war met hun kale hoofd.
'Vet heilig, die kar' mompelt mijn zoon van dertien.
'die uitlaat zou ik verbreden als ik hem was' becommentarieert zijn maat die naast hem op de achterbank van onze familie-auto zit.
'Wat vinden jullie van die sticker op zijn bumper?'vraag ik, maar die hadden ze nog niet gezien. De meisjes in de auto al helemaal niet.

Ik ben met de halve buurt op weg naar het zwembad. Mijn vrije tijd heb ik die ochtend al gehad (92km gefietst!!) en nu wil moeder de vrouw wel eens wat voor zichzelf doen, of ik maar even het hele spul mee wil nemen. En neem gelijk de kinderen van de buren maar mee.

In het zwembad mijmer ik verder over de bumpersticker. 'Duel' van Joost Zwagerman is uit (een zeven min voor Joost) en de kinderen willen nog niet naar huis. Overal moeders met kinderen, slechts af en toe een stelletje. Men kijkt naar elkaar. Ik scheur een leeg vel uit het boek, pak een pen en schrijf 'ik ben niet gescheiden, mijn vrouw zit gewoon thuis'. Ik plak het op mijn buik, mijn eigen bumpersticker. Een vrouw staat op, haar borsten hangen tot onder haar navel. Ze trekt een T-shirt aan met de tekst: 'Ik wil wel afvallen, maar ik heb een afwijking aan mijn schildklier'. Handige sticker ook van haar. Een andere vrouw loopt naar de duikplank om daar een kind vanaf te plukken. 'Ik ben gescheiden, maar het was niet mijn schuld.' staat er op haar bikini.

Het bespaart ons een hoop geklets. Duidelijkheid voor iedereen. Hoera voor de bumperstickers en de bedrukte t-shirts.

vrijdag 9 april 2010

In Frankrijk wonen

'En anders gaan we toch gewoon in Frankrijk wonen?' zegt A.
Het is een vraag die ze vaak gebruikt als sluitstuk van een gesprek. Stel ze heeft een plan, ik noem maar even wat, het plan om een reparatie aan het dekzeil van onze sloep uit te voeren. Het is maar een voorbeeld. Dan kan ik dat niet, want geen tijd en ook belachelijk duur, is dat nou wel nodig? Waar moet dat heen met ons, de maatschappij etcetera? Alsof ze hardop denkt over een worst-case-scenario zegt zij dan, om van de discussie en mijn gezever af te zijn: 'Dan gaan we toch gewoon in Frankrijk wonen?'

Een verlaten, bijna gratis boerderij in de Vendée ofzo, een dorpschool met slechts een leraar, eten uit de moestuin en van de jacht. Een cafe waar je iedereen kent, een fles wijn kost er een Euro. Een homp kaas en een brood, meer heb je toch niet nodig? En appelen groeien er in Frankrijk meer dan genoeg, die mag je gratis plukken. Geen slecht alternatief, maar hebben ze daar high-speed-ADSL, belpizza, 3D bioscopen?

'Ga je nou nog naar die zeilmaker in Loosdrecht?' vraagt ze, als ze ziet dat ik wel heel lang uit het raam staar.
'Allez madame, tranquille hein?' antwoord ik.

donderdag 8 april 2010

Heilig!!

Soms wordt een nieuwe uitdrukking geboren tijdens een spontaan gesprekje op TV, bijvoorbeeld door Gerrie Knetemann die, na een paar uur stevig afzien, een etappe in de tour won. De commentator vroeg hem hoe hij het zo knap volgehouden had en hij zei dat hij gefocussed was op de overwinning, hij dacht aan de bloemen bij de finish en al moest hij het loodje leggen, hij wilde winnen. 'De dood of de gladiolen' huilde hij na de finish en het hele peloton nam het over. 'Verstand op nul, blik op oneindig' is er ook een van hem en elke duursporter weet wat hij bedoelt, zo ook iedereen die van mooie uitdrukkingen houdt.

Soms wordt een uitdrukking bewust verzonnen door bijvoorbeeld cabaretiers en daarna levend gehouden door het publiek. Kees van Kooten met 'positivo', 'regelneef' of 'oudere jongere'.

Soms worden uitdrukkingen geboren in de schoot van de samenleving. Door jeugd die de uitdrukkingen van oudere generaties per definitie dom of zelfs 'lame' vinden. Als u niet weet wat 'lame' is (Engels uitgesproken) dan bent u wel heel erg 'lame' (= ouderwets, sloom, saai). In deze categorie zitten de mooiste vindingen, want gedragen door een grote doelgroep en ontstaan vanuit een oprecht gevoelde behoefte.

Vandaag ben ik de ontdekker van zo'n woord uit die derde en mooiste categorie. Onze oudste was ziek en een klasgenootje kwam langs om een nagekeken proefwerk Frans te brengen. Zoonlief keek naar het cijfer dat beduidend hoger was dan hij had verwacht. 'Heilig!' riep hij uit. Ik was wat verbaasd over deze uitdrukking, zijn klasgenootje, beduidend minder 'lame' dan ikzelf, beaamde echter dat het cijfer 'vet heilig' was.

'Heilig' is een nieuwe uitdrukking. U las het op dit blog voor het eerst, dat wel even mijn plekje in de geschiedschrijving van deze nieuwe uitdrukking vastligt!

dinsdag 6 april 2010

Fietsen is niet weggelegd voor middelmatige denkers.

Dries van Agt, Tim Krabbé, Gerrie Knetemann - die de Nederlandse taal verrijkte met de uitdrukking 'de dood of de gladiolen' - het zijn, of in het geval van Gerrie waren, allen zowel grote denkers als fietsers. Als u wil mag u zelf googelen welke grote geesten ook fietsten, u zult versteld staan. Zelf ben ik te lui om het na te slaan en u kunt het ook heel goed zelf. Bovendien ben ik, terwijl ik dit schrijf, moe van het fietsen.

Ga je fietsen omdat je een onnavolgbaar denker bent, of is het andersom: kun je zo origineel denken omdat je fietst? Ik denk het laatste. Fietsen is niet weggelegd voor middelmatige denkers. Of je bent oerstom en kunt niet uit je woorden komen, zoals de meerderheid van het peloton, of je grootsheid kan het aan om urenlang te malen. Want dat doe je op de fiets, malen. Je geest zet zich vast op een gedachte en dan ga je malen. De eerste kilometers gaat nog wel, maar ben je een keer in de 'flow' dan dient zich vanzelf de muur aan, de muur van de confrontatie, de limiet van je eigen kennis over het bemaalde onderwerp. De oerstommen wuiven deze confrontatie weg, de grote geesten komen tot nieuwe inzichten. De middelmatigen stappen gefrustreerd van hun fiets. Er is een geval bekend van een boekhouder uit Hoogland, een middelmatige geest, die halverwege de Amersfoortse berg (55 m boven NAP) afstapte en nog drie dagen raaskallend aan iedereen vroeg waarom Dolfijnen zulke leuke beesten zijn, terwijl ze geen koffie drinken. Zijn fiets bood hij aan op marktplaats.

Vandaag deed ik al malend een grote ontdekking. Tijdens mijn standaardlusje Hilversum-Austerlitz (60 km) bedacht ik me dat de heenweg een doel heeft namenlijk de pyramide van Austerlitz, maar dat de terugweg ook een doel heeft, namelijk weer thuis komen. Wat dit betekent voor de moderne filosofie is duidelijk, alles heeft een doel, slechts het einddoel is onduidelijk. Het klonk vrij logisch in mijn hoofd toen ik op de fiets aan het malen was. Nu nog even opschrijven en op naar Zweden voor de Nobelprijs. Hoera voor alle fietsers!

Vaste volgers, excuses. de blog is per abuis te laat gepubliceerd.

vrijdag 2 april 2010

Vrolijk Pasen.

Eerst vergeten ze de paaseieren, dan vergeten ze de chocomel en dan vergeten ze een spel. Kinderen. De eerste twee attributen geef ik op de drempel nog mee, voor het derde vergeten onderdeel van het paasontbijt op de school loop ik ze achterna. Dit geeft mij een inkijkje in de klas, erg spannend. Pedagogisch verantwoord vraagt de meester wat we eigenlijk vieren met Pasen. Er gaan een aantal vingers omhoog. We praten over 11-jarige groep 8 leerlingen van een openbare school. De meester wijst een vinger aan.
'De verjaardag van de paashaas' is het eerste antwoord.
'Het begin van de paasvakantie' is het tweede antwoord.
Deze kinderen, nog even voor de volledigheid, komen uit een buurt vol welgestelde, ontwikkelde mensen. Met christelijke roots. Er zit op de school één moslimfamilie.
'Het is iets met Jezus' zegt de meester. Jezus kennen ze wel. Dat is die gast die in zijn onderbroek door de woestijn liep.
'Jezus werd geboren' roept er een. 'Oh nee, dat is al met kerstmis' verbetert het knaapje zichzelf. Ik ken zijn ouders, wat zullen die schrikken als ik ze dit vertel.
'hij werd op een kruis gelegd en toen gingen ze checken in zijn graf en toen was hij niet eens dood.' roept de dochter van een advocaat. 'Toen hebben ze gezegd dat hij heilig was en dat hij naar de hemel mocht, maar hij bleef met zijn kruis in die woestijn banjeren en toen is hij toch naar de hemel gevaren omdat zijn vader hem riep en ja, dan ga je natuurlijk, want de vader van die goser was volgens mij god zelf.'

Soms denk ik dat we ze toch beter naar een Christelijke school hadden moeten sturen. Maar geen nood, de meester pakt een boek en terwijl de kinderen hun monden vol chocola stoppen gaat hij het Paasverhaal voorlezen. Toch had ik het Paasverhaal al een keer verteld. Maar ja, ook vergeten.

donderdag 1 april 2010

We worden links en rechts ingehaald.

'Heb je het al gehoord van A. en T.?' vraagt A., mijn echtgenote als ze thuiskomt van een ochtendje koffie met andere moeders.
Natuurlijk heb ik niets gehoord. Ik ben naar kantoor geweest, weer naar huis gegaan en gekluisterd aan de computer zat ik te werken. Ik heb geen tijd om de roddels in de buurt bij te houden, daar heb ik haar voor. Ze is er overigens erg goed in.

A. en T. Ooit woonden ze in een duidelijk mindere buurt dan de onze en in een significant kleiner huis. Terwijl hij op het schoolplein belangrijk liep te doen met een telefoon aan zijn oor of interessant zat te vertellen over een business trip naar 'Fillie' (= Philapdelphia) of naar Singapore wisten de andere vaders: 'jij woont te klein om echt belangrijk te zijn, dus doe nou maar niet zo interessant.'  Een aantal jaar geleden verhuisden ze naar onze buurt, waar wij toen al vijf jaar woonden. Twee onder een kappers uit de jaren dertig, de wijk van de mensen die op zakenreis gaan, goede beroepen hebben en van de aspirant schrijvers die in het verleden veel mazzel hadden. Ik ben benieuwd wat er over ze te melden valt. Heeft de kredietcrisis ze te pakken en moeten ze terug naar een caravan? Gaan ze scheiden? Meestal is het scheiden, in die leeftijd zitten we nou eenmaal.
'Nee wat dan?' vraag ik.
'Ze verhuizen naar de villawijk in Noord.' zegt A. 'Vrijstaand en met zwembad'

Kut. A. en T. halen ons links in, alsof we niet bestaan. Erfenis of loterij, bedenk ik me. Kan niet anders.