woensdag 13 mei 2009

Paarlen voor de zwijnen

Het moet hier en nu op het ondermaanse gebeuren, ik geloof niet in de hemel en dus zal ik me snel moeten gaan bewijzen zodat ik nog in dit leven een uitgeefcontract krijg. Schrijfwedstrijden zijn de kraamkamers van nieuw Nederlands literair talent, heb ik al eerder geblogt, dus dat staat buiten alle discussies. Als je één keer iets roept ben je een opportunist, als je het vaker roept, liefst met enige tussenpozen, dan heb je een mening, of beter nog, dan heb je een visie op het bewuste onderwerp. Ik heb dus een visie op schrijfwedstrijden, dat mag duidelijk zijn.

Het Nederlands Bijbelgenootschap organiseert een schrijfwedstrijd: herschrijf het verhaal van de verloren zoon. Een dijk van een thema, ik kan niet wachten om los te branden. Ik doe aan schrijfwedstrijden mee om te winnen, want ik leef om te winnen, maar dat weten alleen mijn intimi -de lezers van dit weblog - en mijn zakelijke concurrenten. Het maakt me minder sympathiek, ik weet het, maar ik raak een leeftijd waarop je je mag excuseren voor je zwakheden en er niet meer aan hoeft te werken. Hoera.

Maar wat moet ik? Mijn versie van het verhaal van de verloren zoon zal niet goed vallen bij het Nederlands Bijbelgenootschap en bij de voorzitter van de jury, Jan Siebelink zelf. De werkelijk verloren zonen van het geloof zijn de vertegenwoordigers van de kerken. Ik zal een verhaal schrijven over hoe kerken mensen in de kou laten staan met hun geinstitutionaliseerde nepzorg, hoe ze elk debat verstommen met hun dogma's, hoe hun kerkgebouwen verloederen en volslagen onpraktisch ingedeeld elke nieuwe bestemming onmogelijk maken (ok, uitgezonderd sommige appartementencomplexen of concertzalen). Misschien begin ik ook nog wel over pedofiele priesters, aflaten of de inquisitie. Maar moet ik mijn tijd hieraan verspillen?
Stel ze snappen mijn verhaal niet, dat komt vaker voor en door een dwaling van de jury, die komen zelfs heel vaak voor, win ik toch? Dan staat er op mijn literaire CV dat ik een schrijfwedstrijd van het Nederlands Bijbelgenootschap heb gewonnen. Zullen de uitgevers aan de Amsterdamse grachten over elkaar heen stuiteren om mij te contracteren?

En bovendien, stel, de hemel bestaat en ik wil naar binnen, bijkletsen met Oma. En ik kom er niet in vanwege dat verhaal? Lastig dilemma en de deadline komt eraan. Graag advies.

dinsdag 12 mei 2009

Hondenuitlaatwantoestanden

Om schrijver te worden is het van belang om een opgeruimde en rustige werkplek te hebben. Opgeruimd lukt, daarvoor heb ik een wissel op mijn royalties genomen en Elizabeth uit Peru gecontracteerd. Elizabeth noem ik Elizabeth en zij noemt mij 'meneer'. Zij ruimt op, zuigt stof en neemt af en ik schrijf. Handig. Dan is er de rust, dat lukt ook al heel aardig. Mijn vrouw heb ik uit werken gestuurd en de school die hier direct om de hoek ligt was zo vriendelijk om mijn kinderen tussen half negen des ochtends en drie uur des namiddags op te vangen en brood te geven en ze ondertussen de beginselen van de schrijf- en rekenkunde bij te brengen. Aan een opgeruimd bureau en in een stil huis lees ik eerst heerlijk de krant, ik start mijn PC en open de tekstverwerker. Mijn hoofd wordt warm, de zinnen rollen eruit en een geweldige, prijswinnende scene ontvouwt zich.

'J.!!' hoor ik buiten op harde toon. De buurman laat zijn hond uit. Ik noem de hond J., want stel u kent hem en dan klap ik toch even uit de school over de methode van uitlaten van de buurman. Hij is zakenman en heeft de hele dag een mobiel aan zijn oor. Als hij thuiswerkt en hij laat J. uit dan opent hij zijn voordeur, wacht een paar minuten, tijdens welke hij via zijn mobiel declarabel blijft en roept dan zijn hond weer binnen: 'J.!!!'.


Het effect op mijn creatieve brein is verpletterend. Mijn hele scene is weg, als een tafel met snippers weggewaaid door de tocht van een opengaande deur. Ik sluit mijn ogen en probeer het terug te krijgen, mislukt, al wat ik zie is de krant van vandaag. Hilversum stelt een BOA ambtenaar in, lees ik. Tegen hondenuitlaatwantoestanden. Langzaam zakt mijn bloeddruk en ik verheug me op een nieuw bordje in de straat. Over een jaar begint de BOA-er al, lees ik op de website van de Gooi- en Eemlander. Mijn manuscript zal nog even moeten blijven liggen. Over een jaar heb ik echt alle randvoorwaarden op orde.

zondag 10 mei 2009

Huwelijkse zeden

De oervorm van elk boek is het dagboek. Ontstaan door de behoefte van mensen om hun gedachten in logische zinnen te ordenen, op te schrijven en na te lezen. De oervorm van het blog zo u wil. Elke schrijver heeft er een zeggen ze. (vraag nu niet wie 'ze' zijn). Een echt origineel dagboek is, van wie het ook is, per definitie intrigerend en inspirerend.
Deze week ontving ik een mail van neef Jan uit Spanje. Hij heeft na het overlijden van zijn moeder, mijn tante, op zolder een doos gevonden met daarin het dagboek dat mijn oma bijhield voor en tijdens haar huwelijksreis! Het begint op de ochtend dat ze uitgezwaaid werd door mijn betovergrootouders op de kade van Rotterdam, vervolgens het kerkelijk huwelijk in Jakarta (mijn Opa en Oma waren hieraan voorafgaand met de handschoen voor de wet getrouwd, want Oma woonde toen nog in Beek (Lb) en Opa in Indonesie) en het eindigt met, heel keurig, het kasboek dat ze bijhield. Ik lees erin en mijn geestdrift is gewekt. Voor iemand die op pagina 1 toegeeft dat ze het heel bijzonder vindt dat ze de kliffen van Dover kan zien weet mijn Oma lang te boeien. Het klapstuk komt helemaal aan het eind, onderaan het kasboek. Oma zaliger heeft daarin keurig bijgehouden wat alles heeft gekost, tot en met de uitgaven voor post, telegrammen enzovoort (Fl. 28,85). Wat enzovoort is weet ik niet want fax, e-mail of GSM hadden ze toen niet, mijn Oma heeft dat geheim met zich in het graf genomen. En helemaal onderaan het kasboek staat, geloof het of niet, u gelooft het want het plaatje ziet u boven, de handtekening van mijn grootvader met de aantekening 'accoord'.

'Accoord' het staat er echt. En gelukkig maar, stel het stond er niet. Of stel er stond 'niet accoord'. Wat dan? Ik zie mijn Oma voor me, smoorverliefd op de veranda van hun huis in Weltevree (Java) smeekend (zelf schrijft ze ook geregeld met dubbele ee) om een 'accoord' van mijn grootvader. Die bromt wat, hij vindt de uitgaven voor post en telegrammen buitensporig en wil duidelijkheid over dat enzovoort. Stel hij had dat akkoord niet gegeven, wat dan? Oma huiswaarts met de volgende boot? Zelf bijpassen met het spaargeld van haar familie? Ik heb geen idee, wel denk ik dat het huwelijk dan wat minder gelukkig geweest zou zijn. Misschien waren neef Jan en ik er dan wel niet geweest. En was het dagboek allang tot stof vergaan. Maar nee, het is een huwelijk geworden met drie kinderen, 11 kleinkinderen en laten we het houden op vele achterkleinkinderen en het dagboek is bewaard gebleven. En neef Jan heeft het gescand en rondgemaild.
Bedankt Jan voor je goede werk en bedankt Opa Jan voor uw welwillende, ruimhartige en het voor zijn tijd geemancipeerd ogende 'accoord' op de rekening. Names vele generaties Cobben na u.

vrijdag 8 mei 2009

Schrijver worden tegelijk

Beter laat dan nooit: de vrijdagse blog. De techniek laat me hier ter plekke lelijk in de steek. Vanmorgen weer geen internet, dus de hele ochtend hebben mijn trouwe volgers mijn site aangeklikt en vergeefs gezocht naar een nieuwe tekst van mij. Helaas, de Fransen hebben het internet in onze vallei even uitgezet, de schade nemen ze blijkbaar voor lief. Het is een andere manier van doen, ik zal het me waarschijnlijk nooit eigen maken. Zo werd ik er gisteren, terecht, terecht, op gewezen dat 'une vraie locale' een dame is en ik, omdat ik geen tieten heb, had mezelf moeten vergelijken met 'un vrai locale'.

Maar als we zo beginnen, dan kan ik de Fransen ook nog wel ergens op wijzen. Er spreekt hier bijna niemand een andere taal (behalve enkele onverstaanbare dialecten) en het is een zeldzaamheid als je aanwijzingen vind in bijvoorbeeld het Engels, of godbetert, het Nederlands. Groot is daarom mijn verbazing als op de camping die we bezoeken, bovenaan de glijbaan, een bord staat met een aanwijzing, o.a. in het Nederlands. 'Een Te Gelijk!' staat er. Ziet u ook het uitroepteken? (sorry, foto staat op mijn mobiel, geen idee hoe ik het up mijn laptop moet loaden).

Mijn middelste dochter moet binnenkort een CITO toets maken die 'bepalend is voor haar verdere toekomst' (haar eigen woorden) en ik vraag haar of haar iets opvalt aan het bord. 'Tegelijk is één woord' zegt ze direct en ik concludeer dat het met haar verdere toekomst wel goed zit. We glijden de baan af, ik zittend en zei gillend op mijn schoot. Een tegelijk, met een hele korte tussenpoze, belanden we in het bassin beneden, waar de badmeester, omdat ik geen tieten heb, toch niet op ons let.

Opdrogend aan de kant bedenk ik opeens waarom er 'Een Te Gelijk' op het bord staat. Ze hebben me door. Ik ben ontmaskerd. Er is een bord voor me geplaatst om me te gebieden mijn grote bek te houden. Frankrijk is een socialistisch, haast communistisch land. Iedereen is hier gelijk, maar ik, met mijn schaamteloze schrijversambities en mijn pompeuze blog, doe me iets Te Gelijk voor. Of ik er maar even mee wil kappen. En anders knippen ze die ADSL lijn opnieuw door, maar dan voor altijd.

Tijd om terug naar Nederland te gaan. Heb ik gelijk?

donderdag 7 mei 2009

Deus baguettes, sielvoeple.

Ik heb honger en ik niet alleen, ook mijn gezin. Tijd om naar de bakker te gaan. Bij de bakker voel ik me het meest op zijn Frans. Ik smelt hier samen met de lokale dorpsbevolking, het is dat ik een Nederlands accent heb, geen alpinopet draag, niet naar knoflook walm en geen Pernod lucht uitwasem, anders zouden de dorpelingen zomaar denken dan ik 'une vraie locale' was.
De bakkersvrouw vind ik verdacht veel op de loodgieter lijken, die op zijn beurt weer erg veel wegheeft van de man die de zwembadwinkel in de belendende badplaats runt en waarvan ik weet dat hij ook een mededorpeling is. Ik zeg dus heel expliciet niet dat hier sprake is van een incestueus geheel, in het geheel dus geen enkele suggestie van mijn kant dienaangaande. Lees mijn blog vandaag gerust als een journalistiek verslag van de belevenissen van iemand die schrijver wil worden. Ik noteer slechts de feiten, de mensen lijken hier allemaal op elkaar. Denkt u gerust wat u zelf wil, ik zeg niks.

Ik stel me op in de rij en verbaas me voor de zoveelste keer over het tempo in de winkel. Is dat Frans of is dat plattelands? Gaat het er in, pak hem beet, Heerjansdam bij de bakker ook zo aan toe? Dat de bakkersvrouw beleefd informeert naar de gezondheid van de schoonmoeder van de klant? Die dan rustig een medisch verslag uitbrengt, dat het met de voet nu weer goed gaat, maar de longen spelen op. Ah, een glas Banyuls per dag, bonne idee, Merci. Ja, het seizoen, de dokter dacht het ook al. De volgende klant wordt geholpen, de volgorde wordt in Franse harmonie bepaald zo lijkt het en zo gaat het een tijdje door. Beleefd, bescheiden en ingeburgerd dring ik me niet op, al denk ik in gedachten aan het nest opengesperde vogelbekjes dat thuis op me wacht. Ik wacht, zoals de Fransen zelf, keurig op mijn beurt.

Dan valt het oog van de bakkersvrouw op mij. 'Sur, pliez teek a namber' zegt ze tegen me, met de klemtoon op de laatse e van namber. Ze wijst achter me waar een paal staat waar ik, electronisch zelfs, een nummertje uit had moeten halen. Het valt niet mee om een echte Fransman te worden.

woensdag 6 mei 2009

Een leeg blog, nou en.

Leegte, zo betoogde ik gisteren, is lekker, gratis en het resultaat van een lang denkproces. Voor degene die mijn blog van gisteren gemist hebben, scroll naar beneden of lees hier opnieuw. Ik ben begonnen met alles wat niet essentieel is in mijn manuscript weg te strepen. Er bleef niets over. Meestal schrijf ik een blog om een gedachte die wortel heeft geschoten in mijn hoofd te oogsten. Zo ook gisteren. Als ik het ontsproten zaadje heb overgeplant op mijn blog ben ik er meestal vanaf, maar dit plantje bleef doorgroeien.

Als je alles wat essentieel is weghaalt en er blijft niets over waar doen we het allemaal dan voor? Ik kon de slaap moeilijk vatten en ik liep in onderbroek het balkon op. Dat was behoorlijk koud trouwens, maar ik deed het omdat niemand het kon zien, zodat ik het eigenlijk niet deed. Niemand ziet me, niemand maakt zich druk, iedereen leeft en leeft en over 100 jaar is alles dode statistiek geworden. Ze kunnen in de aangiften van de belastingdienst zien dat ik minder geld heb verdiend dit jaar. Nou en, zullen ze denken. Ze kunnen op de rekening van het terras zien dat ik drie glazen bier heb gedronken vandaag, ruim boven mijn tax overigens, maar geen mens die dat over 100 jaar essenteel zal vinden. Sel dat er dan een schrijver opschrijft dat er een meneer 100 jaar geleden op een terras mijmerend over zijn inkomen drie glazen bier dronk, dan zal die schrijver dat snel schrappen als niet essentieel. En terecht.

Schrijven is schrappen, leven is schrappen, alles is te schrappen. Ik lees mijn blog nog eens na. Nou en, denk ik en ik kruip weer lekker in bed.
En mijn blog, blijft het vanaf nu leeg omdat het niet essentieel is? Nee, morgen zal ik een mop vertellen, une blague, in het Frans. Gisteren leerde ik een nieuw Frans woord: une blague. Demain une blague sur mon blog, mooi he?

dinsdag 5 mei 2009

Essentie, onzin en leegte

Eindelijk tijd. Tijd om met stevige stappen door mijn manuscript te gaan. Ieder mens zijn eigen hobby, de een leest een boek op vakantie, ik schrijf er een. En schrijven, dat is schrappen. Op advies van iemand die het beter weet, iemand die eigenlijk alles beter weet realiseer ik me nu, ga ik met een rode pen door mijn manuscript. Alles wat niet tot de essentie behoort moet weg.
'Het mag pijn doen' heeft mijn adviseur er aan toegevoegd, een mysterieuze aanwijzing. Maar van iemand die alles beter weet verwacht je natuurlijk geen panklaar recept voor het schrijven van een bestseller. Iets zelf ontdekken is wat leerefect betreft namenlijk veel effectiever dan iets uitgelegd krijgen.

In een eerste ronde valt mij al op hoeveel onzin er in mijn verhaal staat. Als ik in een tweede leesrondje nog strenger ben valt me op hoe weinig essentie er eigenlijk in staat. En na een derde streepronde blijf ik bedroefd achter met een enkel A-4tje, waarvan ik zelfs niet zeker ben of alle woorden een volgende correctie doorstaan.

Dan word ik toch vrolijk. Wie heeft er ooit gezegd dat een boek dik moet zijn? De papierfabriek zeker? De hele essentie van mijn boek past in één regel kwam ik vanmiddag achter. En zelfs die regel kan korter. Wat een heerljk gevoel. Eindelijk verlost van alle ballast, leegte is licht, is heerlijk. Leegte schept geen verwachtingen, leegte is gratis, leegte is blanco. Leve de leegte denk ik, als ik ook de laatste letters van mijn manuscript doorstreep.

Zo, mijn lege boek is af.

maandag 4 mei 2009

Secundaire arbeidsvoorwaarden

Schrijver worden, waarom eigenlijk? Een vraag die vaker dan eens bij me opkomt, zeker in tijden van kredietcrisis.
'Het is zeker alle hens aan dek bij jullie?' vraagt iemand die het weten kan. Zijn retorische vraag beantwoord ik conform alle conventies.
'Jazeker' zeg ik 'het is hard aanpoten. Gelukkig hebben we trouwe klanten en een goede reputatie. Maar er zijn ook partijen in onze markt die het nu echt zwaar hebben'.
Het is wel min of meer de waarheid, maar diezelfde waarheid betekent ook dat de omzet van mijn MKB bedrijfje dit jaar zwaar onder druk staat en mijn boek wel een hele grote bestseller moet worden om die schade in te halen. En al dat geschrijf haalt de focus aardig weg van waar ik wel geld mee verdien. Al heb ik zeer sterke collega's die het bedrijf perfect managen, dit jaar verdien ik niet wat ik andere jaren verdiende. Jammer dan, één huis in Frankrijk is genoeg.
Financieel is het lastig te verklaren waarom ik zo veel energie in het schrijven stop. We moeten daarvoor naar de secundaire arbeidsvoorwaarden van het schrijverschap kijken, die zijn zoveel beter dan die van een zakenman. Ik doel hier niet op lease-auto's, pensioenpremie's of bonussen, nee, ik bedoel de arbeidsomstandigheden. Neem bijvoorbeeld vandaag. Ik zat op het terras in Collioure en mijn gedachten dwaalden af naar de kunstenaarsgemeenschap die hier woont, hoe het zou zijn als er een misdadiger incognito in hun midden zou vertoeven en dat de hoofdpersoon van mijn verhaal bij de groep zou moeten infiltreren om de misdadiger te ontmaskeren. Leuk gegeven, ik kan er van alles in kwijt en ik droom heerlijk weg. De zon op mijn hoofd, het geluid van de zee in mijn oren, de smaak van gamba's en witte wijn in mijn mond. Ik reken uit dat ik minstens een maand in Collioure moet blijven voor research.
Dan komt de ober en die legt beschaafd de rekening voor me neer. We zaten op het mooiste terras in de baai. Uiteraard kregen de kinderen een ijsje, het is vakantie. Ik staar een seconde of drie naar de rekening. Dan pak ik mijn PDA.
'Wat doe je?' vraagt A.
'Even de omzetforecast van het bedrijf bekijken. Misschien moet ik wel eerder terug' antwoord ik.

vrijdag 1 mei 2009

Het kastje had er even geen zin meer in.

Vandaag belde ik met de helpdesk van Orange pwen effer (.fr mag ook). We hebben een boom laten hakken in de tuin en een kastje met een draad hing in het luchtledige, waar het eerst aan de gehakte boom had vastgezeten. Ik had een beetje medelijden met dat kastje, jarenlang zit je in een boom, ben je zelfs tegen de stam aangeschroefd en dan komen er mensen, buitenlanders zelfs, en die besluiten je steun en toeverlaat om te laten hakken omdat het uitzicht dan verbetert, of omdat de takken de verf van het huis bedreigen of om wat voor stomme reden dan ook. Ik zou daar zelf als kastje ook flink van balen en zeker als ze je dan gewoon laten wapperen in de wind. U moet zich voorstellen dat dat kastje als enige functie heeft het doorzetten van electrische signaaltjes van buiten het huis, om precies te zijn vanaf een paal die naast het huis staat, naar binnen, meer precies het aansluitpunt van de telefoon en de ADSL aansluiting en vice versa. Dan voel je je al behoorlijk functieloos, nutteloos en waardeloos, stel ik me zo voor. En daar komt nog bij dat hier eens in de maand, meestal als wij er zijn, de tramontane waait, een koude harde wind, windrichting precies langs ons huis en langs het kastje.

En als dat allemaal nog niet erg genoeg is komt dan die verdomde etranger, met zijn zwager, jou als kastje inspecteren en zich verbazen over het feit dat je in de lucht hangt, los. Als ze gewoon die boom hadden laten staan was er niets aan de hand geweest, de arrogantie van die lui is stuitend. Trekken en douwen aan je draden en stomme vragen stellen als 'wat zou het voor kastje zijn?'. Ik begrijp mijn kastje volledig dat hij er de brui aan heeft gegeven.

Nu een vraagje voor u: Hoe leg je zoiets uit aan een Franse helpdeskmevrouw? Eerlijk zijn bedacht ik, gewoon opbiechten. Maar daar is heel veel Franse taal voor nodig, ik liet het bij: 'telephone, en panne, kastje kaduuk'. Maandag komt er een monteur.